Sum - coolthinking.nl

Boeddhisme interesseert regisseur Annaud als wijsheid

De Franse regisseur Jean-Jacques Annaud heeft films gemaakt als The Bear, The Name of the Rose en L’Amant. Nu is hij terug met het groots opgezette Seven Years in Tibet. Deze film gaat over nazi-bergbeklimmer Heinrich Harrer (Brad Pitt) die na een mislukte expeditie en vele omzwervingen in Tibet terechtkwam, tijdens de laatste dagen van haar onafhankelijkheid. Harrer was de eerste westerse mens die wordt opgenomen aan het hof van de Dalai Lama, geestelijk leider van de boeddha’s. Sum in gesprek met de charismatische Annaud over zijn film.

door Jasper Westerhof en Kel Koenen

Jean-Jacques Annaud - coolthinking.nl

De meeste acteurs proberen indruk op je te maken en je in de zeik te nemen’

Richard Gere is als boeddist goed bevriend met de Dalai Lama, Martin Scorsese is momenteel bezig met Kundun, een film over de Dalai Lama en ook u heeft een film gemaakt over de Tibetaanse cultuur. Is Tibet hip in Hollywood?

‘Dat is toeval. Tibet als modeverschijnsel interesseert mij niet. Ik volg alleen mijn eigen instinct. Boeddhisme interesseert me als een wijsheid – één van vele wijsheden. Ik ben geen religieus persoon en geloof ook niet in God. Maar ik kan mij wel vinden in veel van hun lessen. Hun maatschappij is een stuk minder hypocriet dan de onze. Veel mensen raken gecharmeerd door deze zeer charismatische Dalai Lama. Hij is zo’n buitengewone man: heel nederig en tegelijkertijd zo gevat. Je zou dat nooit verwachten van bijvoorbeeld, de paus. Pausen zijn slaapverwekkend. Maar deze man kijkt je aan en verbijstert je met zijn antwoorden. Ik was samen met de Dalai Lama in Boston, waar hij een lezing gaf voor Amerikaanse boeddhisten. Je weet hoe naïef Amerikanen kunnen zijn. Ze waanden zich in de aanwezigheid van een God. Met hun handen op elkaar luisterden ze begeesterd naar zijn les over geweldloosheid. Een vrouw stond op en vroeg de Dalai Lama wat zijn beste jeugdherinnering was. Dus hij krabde op zijn hoofd en zei: ‘Ik had twee leraren, Ling en Trichang. Soms was Ling ziek, en op andere dagen was Trichang ziek. Maar op één dag waren ze samen ziek en dat was de gelukkigste dag van mijn leven.’ Haha-ha! De volgende vraag was: ‘Oh, uwe Heiligheid, help ons er aan te herinneren dat geweld en wapens te allen tijde verboden zijn.’ ‘Oh ja,’ beaamde hij, ‘het gebruik van geweld en het grijpen naar wapens zijn nooit toegestaan. Maar… in het geval van Hitler? Misschien was het gebruik van een wapen op hem niet zo’n slecht idee geweest.’ En het hele publiek was volkomen van haar stuk gebracht, omdat zij strenge, onveranderlijke en rechtlijnige regels wilden. Toen ik in Tibet was, had ik iets heel slechts gedaan. Ik was in een klooster bezig met een van de auditierondes. Een mug landde op mijn arm, en ik, uit macht der gewoonte, sloeg dat beest plat. Pats! De monniken reageerden met afgrijzen op mijn gedrag. Wist ik veel! Diezelfde avond ging ik naar de eetzaal waar ik Mo-Mo’s te eten kreeg, bereid uit yakvlees.

‘Jullie zijn toch vegetariërs?’, vroeg ik. ‘Ja, maar we hebben de eiwitten nodig,’ was het antwoord. ‘Dus jullie doden dieren?’ ‘Ja, we doden de grote dieren, want dan hoef je maar één ziel te doden, terwijl je toch een heel dorp te eten kunt geven. Daarom eten we geen kleine vissen. Maar als we grote vissen zouden hebben, zou dat wel mogen.’ Praktisch, weet je wel? Dat is vrij opmerkelijk, denk ik. Ze kennen het begrip ‘zonde’ ook niet, ze zijn heel vergevingsgezind. Het is volwassener. Toleranter.

‘Heinrich Harrer was een nazi. Dit wordt in de film slechts kort aangestipt. Toen we aan de film begonnen, was het niet officieel bekend dat Harrer een nazi was. Ik was er echter van overtuigd dat hij dat wel was. Maar volgens mij was hij een nazi uit opportunisme. Dat is mijn heilige overtuiging en ik heb als onafhankelijke filmmaker de keuze hem als zodanig te portretteren. Toen werd het officieel bekend dat hij wel degelijk een nazi was. Nu beweren sommigen dat hij een zeer actieve nazi was. Maar Harrer kennende, denk ik dat deze man toegewijd was aan slechts één zaak: hemzelf. Hij was een egocentrisch monster. Natúúrlijk was hij een nazi. Hij moest wel een nazi zijn, wilde hij financiering krijgen voor zijn expeditie. En hij was trots de hand te mogen schudden met de nazi-leiding. Het enige wat hem nu nog steeds achtervolgt, is zijn antisemitisme. Hier is een man, die na zijn terugkomst uit Tibet, 45 jaar van zijn leven heeft gewijd aan het bouwen van Tibetaanse tempels en gebedstrappen om een bedevaart te kunnen maken in zijn eigen tuin. Hier is een man, die expedities maakt naar de Papoea’s in Nieuw Guinea om de rest van de wereld te kunnen laten zien, dat deze ‘primitieve’ volkeren gerespecteerd moeten worden. Hij is een voorvechter van pacifisme, maar met zo’n enorme intensiteit. Als mensen heel hard gaan roepen dat ze niet racistisch zijn, weet je dat er iets aan de hand is. Ik ben zelf ook geen racist, maar hoef dat niet constant te benadrukken. Daarom denk ik dat mensen die dat wel doen, vergeving zoeken voor hun daden. Harrer was van streek, omdat ik hem portretteer zoals hij was. Hij moet maar door de zure appel heen bijten. Ik ga alleen niet zeggen dat hij een militante nazi was. Ik weet niet waarom ik er niet eerder aan heb gedacht, maar voor mijn eerste vrouw geldt precies hetzelfde. We leerden elkaar kennen in Cameroun in Afrika; zij was 21, ik was 23. Ik hield zielsveel van haar, maar er was een groot probleem: ze was een fucking racist. Ze is een keer twee dagen boos op mij geweest omdat ik aardig was tegen hun zwarte huishoudhulp. Maar de afgelopen tien jaar heeft ze gewerkt volgens het credo everything black is beautiful, everything white is stupid. Als filmproducer werkte ze uitsluitend met zwarte acteurs en regisseurs. Ik zei tegen haar: ‘Veel zwarte acteurs zijn geweldig, maar velen zijn eveneens klootzakken. Net als wij.’

In hoeverre volgt de film de lijn van het Harrers autobiografie?

‘Je hebt vast wel ‘s een brief gehad van een vriend, waarin hij schrijft dat alles rozengeur en maneschijn is, maar dat je op je klompen kunt aanvoelen dat hij in werkelijkheid met problemen worstelt. Ik had hetzelfde, toen ik Harrers boek las; die man vergeet zijn problemen op te schrijven. Ik wilde weten hoe hij dacht over de holocaust na zijn terugkomst uit Tibet, en over het feit dat zijn stad onder een tapijt van bommen was verdwenen. Maar nergens was er in zijn boek een reactie te bespeuren. Niks, nada. Dat intrigeerde me in zekere zin. Het enige moment in het boek waar hij zijn gevoelens toont, is als hij spreekt over zijn ontmoetingen met de jonge Dalai Lama. Dus mijn scenarist en ik keken elkaar aan en concludeerden dat Harrer met vaderlijke frustraties moest hebben rondgelopen.

‘Na een diepgravend onderzoek kwamen we erachter dat Harrers vrouw een zoon had gekregen, vlak na zijn vertrek naar de Himalaya’s. En hij ‘vergeet’ dat te vermelden in zijn boek? Ondertussen vertelt hij wel met onverholen passie over de Dalai Lama en zijn genoegen hem te onderwijzen. Ik herken dat wel, want ik ben zelf een vader. Mijn eerste vrouw haalde m’n dochter bij mij weg, dus ik ken het schuldgevoel dat je hebt als je niets kunt overdragen aan je kind.’

U zegt dat u een onafhankelijke filmmaker bent. Was de filmmaatschappij het daarmee eens?

‘Ik had een zeer vreemd contract. Er was een pot waaruit ik naar believen geld mocht halen, zodat ik de rechten van het boek kon kopen en het kon laten bewerken tot een script. Mijn enige verplichting was dat ik hen het script moest laten lezen. Als ze er dan mee door wilden gaan, prima, en als ze niet tevreden waren, stapte ik gewoon naar iemand anders. Afijn, de eerste versie van het script vond ik geweldig en ik wilde daarmee verder. Dus ik stap naar studiobaas Mark Platt van TriStar. Ik zeg: ‘Dit is mijn film, maar ik denk niet dat je het leuk zal vinden. Het is een zestig miljoen dollar kostende film over geestelijke verlossing.’ Dus hij kijkt me aan en zegt: ‘Oh dear…’ Hahaha! Belt hij me maandag terug met de boodschap dat ze het juist geweldig vinden: ‘We vinden de hoogte van het budget niet geweldig, maar het script wel, dus laten we kijken hoe we het gaan doen.’ Ze konden niet genoeg geld bij elkaar sprokkelen, dus besloten we er een internationale co-productie van te maken. Omdat de film zo snel verkocht was, had ik een grote mate van artistieke vrijheid.’

Was Brad Pitt een logische keuze voor de rol van Heinrich Harrer?

‘Nou nee, ik had er niet eerder aan gedacht, om eerlijk te zijn. Brad belde me, nadat hij het script had gelezen. Ik wilde toen nog helemaal niet dat iemand het zou lezen, want het was nog niet af. Als ik schrijf, wil ik vanwege creatieve vrijheid niet denken aan hoe ik de film ga maken, hoeveel het zal gaan kosten of welke acteurs er in mee zullen spelen. Om je de waarheid te vertellen, besloot ik met Brad te gaan lunchen met de gedachte dat het voor een volgende film wellicht van pas zou komen. Bovendien vind ik het hartstikke leuk acteurs te ontmoeten.

‘Maar ik was geschokt te zien hoe aantrekkelijk hij is. Een hele hoop acteurs zien er in de film geweldig uit, maar vallen in het echte leven ontzettend tegen. Ik dacht, geen wonder dat al die vrouwen zo gek van hem zijn. Maar na drie minuten zag ik dat gezicht niet meer. Hij charmeerde me omdat hij me verraste. Hij was veel intelligenter en meer ontwikkeld dan ik over hem had gelezen. Hij stelde hele slimme vragen en ik was zeer onder de indruk van zijn eerlijkheid. Het gebeurt niet vaak dat een acteur zegt; ‘Ik heb een goede regisseur nodig, want ik ben niet zo’n goede acteur.’ Dat is interessant voor een regisseur. De meeste acteurs proberen indruk op je te maken en je in de zeik te nemen. That’s terrible.’