IQ

De consistentie van Kurt Russell

Kurt Russell (46) heeft iets ambivalents. Meer dan de helft van zijn leven werkt hij al in de filmindustrie, maar een echte publiekstrekker is hij nooit geweest. Althans, dat menen de insiders van Hollywood. Russells nieuwste film, de thriller Breakdown, gaat in januari in release. Een gesprek over integriteit, geld en angsten.

door Kel Koenen

Kurt Russell - coolthinking.nl

‘Ik wil niet alleen de cheque innen en het hele project vergeten. Zo werkt het niet’

De aankondiging in Variety zorgde twee jaar geleden voor opgetrokken wenkbrauwen in Hollywood. Het vakblad wist te melden dat Kurt Russells vraagprijs voortaan tien miljoen dollar per film zou bedragen. Een vernietigend commentaar begeleidde dit bericht. ‘Waarom zoveel geld voor iemand die niet tot de upperclass van de filmindustrie behoort,’ vroeg de schrijver zich af. ‘Pffff,’ reageert de acteur op deze bewering. ‘Dat is toch niet het enige. Werk, dat vind ik veel belangrijker. Ik ben een acteur, dat is nou eenmaal mijn beroep. Ik wil gewoon aan het werk blijven, maar maak wel een aantal afwegingen voordat ik aan een project begin. Ten eerste moet ik me kunnen verplaatsen in het verhaal, ik wil het voor me zien. Heb ik iets met het script, of moeten we het hier en daar nog wat uitdiepen? Verder wil ik weten wie de regisseur wordt en of ik me kan vinden in zijn visie. Als laatste is het belangrijk om te weten welke studio de film uitbrengt. Staan ze volledig achter het project? Geld is één van de vele factoren.’ Soms maakt Russell helemaal geen issue van het honorarium. ‘Je leest af en toe een scenario dat zo goed is, dat ik die film gewoon wil doen. Oké, ze betalen misschien wat minder dan normaal, maar als ik deze productie laat schieten, ben ik gek. De filmindustrie is een kwestie van vraag en aanbod. Ik ben door en door een kapitalist en geloof daar heilig in. Mijn agent vertegenwoordigt me als iemand die primair is geïnteresseerd in het maken van films. Voor sommige aanbiedingen willen ze erg veel geld betalen, voor andere wat minder. Stuur het scenario maar en we praten erover. Zie het als een weegschaal. Aan de ene kant zit totale integriteit van een acteur: ik speel alleen in films als alles klopt. Probeer dat in Hollywood en je komt niet aan de bak, gegarandeerd niet. Aan de andere kant van de schaal zit een hit and run-mentaliteit. Het is een slechte film, maar ik incasseer mijn cheque en kijk er niet meer naar om. Ook dat werkt niet, you’re gonna die fast. Die twee uitersten werken niet, de realiteit zit in het midden. Ik lees het scenario, we praten erover en we komen tot overeenstemming.’

 

Die filosofie garandeert Kurt Russell al meer dan dertig jaar werk in Hollywood. Na aanvankelijk wat bijrollen in televisieseries doet hij in het midden van de jaren zestig auditie voor een speelfilm. Dit levert hem een vast contract op bij Disney, waar hij in totaal in elf familiefilms de hoofdrol speelt. De samenwerking tussen de studio en Russell duurt ook ongeveer elf jaar, waarna beide partijen uit elkaar gaan. Naast zijn acteerwerk kiest hij na de middelbare school voor een carrière in honkbal. Drie seizoenen is hij de tweede honkman van een club die speelt in eerste divisie, de zogenoemde minor league.

 

De definitieve transitie naar een volwassen ster maakt Kurt Russell in 1979. Zijn titelrol in de televisiefilm Elvis van regisseur John Carpenter bevestigt deze overgang. Tevens betekent de film het begin van een langdurige samenwerking tussen Russell en Carpenter, die resulteert in de cult-klassieker Escape from New York uit 1981. Gedurende de jaren tachtig vestigt Russell zich als veelzijdig acteur door rollen in komedies en veelgeprezen drama-producties als Silkwood. ‘Ik was gelukkig, deed films die ik wilde maken en kreeg anderhalf miljoen dollar per film. Dat is veel geld, want ik werd niet ingehuurd als publiekstrekker.’ Zonder speciale reden probeert Russell die status te veranderen en maakt films met collega’s als Mel Gibson, Michelle Pfeiffer en Sylvester Stallone. Met de laatste verschijnt hij in de actie-komedie Tango & Cash, die wereldwijd tweehonderd miljoen dollar opbrengt. De acteur blijkt films toch uitstekend te kunnen openen: zeven van zijn acht laatste films zijn nummer één of twee qua opbrengsten in de eerste week van release.

 

Russells jongste film Breakdown is een spannende thriller. Jeff (Russell) en Amy (Kathleen Quinlan) laten hun vertrouwde leventje achter om aan de andere kant van de Verenigde Staten een nieuw bestaan te beginnen. Tijdens de rit in de uitgestrekte vlakten van het zuidwesten, krijgt de auto panne. Terwijl Jeff bij de auto blijft, rijdt Amy met de behulpzame trucker Red (J.T. Walsh) naar het eerstvolgende stadje om hulp te halen. Wanneer Jeff toch z’n auto weer aan de praat krijgt, rijdt hij naar de afgesproken rendez-vous Belle’s Diner. Daar heeft niemand Amy of de trucker Red gezien. Of speelt iedereen onder één hoedje? Jeff lijkt verstrikt te raken in een draaikolk vol paranoia, maar moet wel actie ondernemen om Amy terug te krijgen. De spanning over de hele film ligt als een beklemmende deken; dé reden voor Kurt Russell om in deze film te spelen. ‘Breakdown is een studie naar innerlijke angsten. Dat vond ik aantrekkelijk aan dit project. Ik hou van het idee om gedragingen van mensen te bestuderen, vooral als ze worden geterroriseerd en bang zijn.’

 

Wat zou hij doen in een dergelijke situatie? Russell: ‘Daar kan ik geen antwoord op geven. Je kunt je er niet op voorbereiden. Als je denkt een antwoord te hebben, houd je jezelf alleen maar voor de gek. Je kan je alleen voorbereiden door te letten op je angsten. Die heeft ieder mens niet zonder reden. Ik zou doen wat nodig is voor de situatie.’

 

Op het moment dat Russell het scenario las, werd hij meteen gegrepen door het verhaal. ‘Het was heel plausibel en realistisch. Mijn visie op een rol moet waarheidsgetrouw zijn, op een manier dat het publiek zich makkelijk kan relateren aan de hoofdpersoon. En ook de antagonist van Jeff verduidelijkt mijn rol. Bij de introductie wordt meteen zijn moed op de proef gesteld. Hij is iemand die confronterende situaties altijd uit de weg gaat. Daarom zit die scène ook aan het begin van Breakdown, als hij ruzie lijkt te krijgen met een paar plaatselijke bewoners. Hij gooit zijn handen in de lucht en zegt: ‘Oké, jij wint. Ik wil hier geen problemen over.’ Op een gegeven moment ontploft hij van machteloze woede, maar houdt het onder controle, omdat het leven van zijn vrouw gevaar kan lopen. Een frustatie, maar het publiek kan zich erin verplaatsen. Jeff bezit een authentiek soort heroïsme.’

Breakdown gaat 29 januari in première

“IQ

Dit artikel verscheen eerder in IQ 08 – december 1997