IQ

De enige echte comeback-kid

John Travolta (44) zit op rozen. Als presidentskandidaat Jack Stanton in Primary Colors speelt hij iedereen weg en zet met overtuiging een politicus à la Clinton neer. Met een succesvolle periode in de jaren zeventig en de terugkeer uit een diep dal in de jaren negentig is zijn carriere met afstand de merkwaardigste uit de geschiedenis van Hollywood. 

door Kel Koenen

 

John Travolta - coolthinking.nl

‘Er zijn veel overeenkomsten tussen een politicus en een acteur. Allebei willen ze geliefd zijn en in de schijnwerpers staan’

Primary Colors is politieke satire van de bovenste plank. Dat geldt zowel voor het boek van Anonymous uit 1996 als wel voor de film van Mike Nichols die binnenkort in de bioscopen gaat draaien. De transformatie van John Travolta tot een Clintonesque presidentskandidaat is zó overtuigend dat regisseur en hoofdrolspeler consequent benadrukken dat het niet de bedoeling is om de huidige president van de Verenigde Staten publiekelijk aan de schandpaal te nagelen. Maar de film over de presidentiële campagne van de charismatische  Jack Stanton, gouvereur van een kleine, zuidelijke staat die achtervolgt wordt door geruchten van overspel en talloze affaires, is bigger than life. Niet in de laatste plaats door een ontketende Travolta. Zijn inleving in het Stanton-personage is zo realistisch, dat het bijna angstig is om te zien. Een kunstje waar de acteur zelf trouwens nooit aan twijfelde. ‘Toen ik het scenario las, wist ik gewoon dat ik deze rol kon spelen en als het ware z’n personage zou worden.’ Niet zo heel moeilijk, want een politicus en acteur hebben een aantal raakvlakken. ‘Allebei willen ze geliefd zijn en staan ze altijd in de schijnwerpers,’ meent Travolta. ‘De beide beroepen hebben een publieke en een privé-kant en moeten kunnen beschikken over een overtuigingskracht om iemand anders heel belangrijk te laten zijn.’

De acteur heeft Clinton twee keer ontmoet en beide keren was Travolta onder de indruk van de president. ‘Iemand die met hem samen in een ruimte is, krijgt automatisch het gevoel de meest belangrijkste persoon voor hem te zijn. En dat is bijzonder. Alles wat hij zegt, klinkt heel gemeend.’ Toch is hij niet bang voor negatieve reacties die Primary Colors kan oproepen bij het politieke establishment rond de president. Travolta: ‘Wat je niet moet vergeten, is dat deze mensen heel slim zijn. Zij nemen beslissingen over belangrijke zaken op het wereldtoneel. Ik denk niet dat Clinton hierover wakker ligt.’

 

John Travolta werd op 18 februari 1954 geboren in Englewood in de Amerikaanse staat New Jersey als jongste van de zes kinderen in het gezin Travolta. Als kind stond Johnny altijd al tussen de schuifdeuren als zanger en danser en wanneer hij op z’n twintigste een rol krijgt in de comedieserie Welcome Back, Kotter is niemand in zijn naaste omgeving erg verrast. De serie van het televisiestation ABC speelt zich af op een middelbare school waar Travolta als Vinnie Barbarino de leider is van de Sweathog-bende. Aanvankelijk is Barbarino een harde bully, maar omgekeerd evenredig aan zijn enorme populariteit evolueert hij tot een gevoelig tieneridool. De televisieserie loopt vier seizoenen lang, van 1975 tot 1979.

Ondertussen wordt Travolta ook opgemerkt in Hollywood en in 1976 maakt hij zijn debuut in de omstreden thriller Carrie van regisseur Brian De Palma naar het boek van Stephen King.

Zijn succesvolle overgang naar het witte doek wordt bevestigd als de acteur de rol van Tony Manero speelt in de film Saturday Night Fever. Een jonge Amerikaan van Italiaanse afkomst onderbreekt zijn uitzichtloze dagelijkse sleur om op zaterdagavond te vlammen in de plaatselijke discotheek. De film is een van de grootste kassuccessen van de jaren zeventig en lift volledig mee op de populariteitsgolf van de discostroming. En passant wordt Travolta ook nog genomineerd voor een Oscar.

Na Saturday Night Fever volgt Travolta’s eerste artistieke en commerciële fiasco. Moment by Moment, een romantisch-drama met actrice Lily Tomlin flopt genadeloos. Hij revancheert zich datzelfde jaar met z’n rol als Danny Zuko in Grease, een lichtvoetige musical maar wereldwijd een enorm succes. Deze zomer beleeft Grease twintig jaar na dato, een re-release in volledig digitaal gerestaureerde vorm. De magie werkt nog altijd, waar ook ter wereld is de film opnieuw een enorme publiekstrekker.

Het volgende project is de film Urban Cowboy uit 1980, waar Travolta opnieuw een dansende hoofdrol verzorgt. Met deze film op de drempel van het nieuwe decennium lijkt de carriere van Travolta is wel heel rustig vaarwater terecht te komen. Opnieuw zoekt hij de samenwerking met thrillerregisseur Brian De Palma, maar Blow Out uit 1981 zakt volledig door het ijs. Enigszins  succesvol, althans commercieel, is Staying Alive (1983), het vervolg op Saturday Night Fever van Sylvester Stallone, maar de rolprent is geen schim van zijn populaire voorganger.

Hij wordt niet meer gevraagd voor films en lijkt geheel in de schaduwzijde van Hollywood te leven. Een televisiefilm uit 1987 lijkt nog z’n meest aansprekende project van de jaren tachtig: The Dump Waiter van toneelschrijver Harold Pinter onder regie van Robert Altman.

Een onverwacht succes is Look Who’s Talking uit 1989 zorgt voor de ommekeer, maar in deze komedie is niet Travolta maar een pratende baby – de stem van Bruce Willis – de grote attractie. Niettemin komt de acteur hiermee weer op de kaart te staan en Travolta beleeft de meest curieuze comeback van filmacteur ooit.

 

Komiek Conan O’Brien had in zijn programma Late Night op de Amerikaanse zender NBC een gevatte verklaring voor John Travolta’s status als B-acteur tijdens de jaren ’80. O’Brien had een sketch waarin hij beweerde de CV’s te hebben van bekende Amerikanen. Daar zat ook de CV van Travolta bij, waarin stond dat hij in 1975 zijn doorbraak maakte in de populaire sitcom Welcome Back, Kotter. Vervolgens maakte hij de succesvolle films Saturday Night Fever (1977), Grease (1978) en Urban Cowboy (1980). Als verklaring voor Travolta’s langdurige afwezigheid in kwaliteitsfilms vermelde de CV: ‘1980-1993: Travolta had niet in de gaten dat zijn hoorn van de haak lag.’

Travolta moest inderdaad tot 1993 wachten eer hij door Quentin Tarantino gebeld werd met de vraag of hij de rol van Vincent Vega in Pulp Fiction wilde spelen. Hoewel zijn rol tegenover pratende baby’s en keffertjes in de Look Who’s Talking-reeks hem financieel geen windeieren opleverde, was hij niettemin terecht gekomen in een neerwaartse spiraal van artistieke armoede. Tarantino was op dat moment de enige die in Travolta’s kwaliteiten geloofde en stuurde het script van Pulp Fiction naar Vancouver, waar Travolta bezig was met de opnames voor Look Who’s Talking Now.

Tarantino, die reeds zijn debuut als regisseur van Reservoir Dogs met succes had afgerond, kon het zich nu – zij het met moeite – veroorloven Travolta te casten in wat later als een van de meest indrukwekkende comebacks in filmgeschiedenis genoemd kon worden. Voor de rol van de überrelaxte, heroïne-spuitende, en met Uma Thurman twistende Vincent Vega kamde Travolta zijn haar in een vettige bop-lijn langs zijn oren en werd hij op een dieet gezet van Royale’s with Cheese – of iets in die geest. Dat laatste vond hij niet erg, want Travolta houdt van (veel) eten. Hij werd bovendien herenigd met Bruce Willis, die eerder de stem van de baby vertolkte in Look Who’s Talking.

In zijn eerste scene in Pulp Fiction, heeft hij een van de beste dialogen uit zijn carrière, samen met Samuel L. Jackson, die Jules speelt.

Jules – Okay, so, tell me about the hash bars?

Vincent – Okay, what you want to know?

Jules – Hash is legal there, right?

Vincent – Yeah, it’s legal, but it ain’t a hundred percent legal. I mean, you just can’t walk into a restaurant, roll a joint, and start puffin’ away. I mean, they want you to smoke in your home or certain designated places.

Jules – Those are hash bars?

Vincent – Yeah, it breaks down like this: it’s legal to buy it, it’s legal to own it and, if you’re the propietor of a hash bar, it’s legal to sell it. It’s legal to carry it, but, but, but that doesn’t matter ’cause – get a load of this, alright – if the cops stop you, it’s illegal for them to search you. I mean, that’s a right the cops in Amsterdam don’t have.

Jules – Oh, man, I’m goin’, that’s all there is to it. I’m fuckin’ goin’.

Met dergelijke teksten, zijn dikke buik – die in volle glorie te zien was in de romantische komedie Michael – en zijn ‘haastige spoed is zelden goed’-houding verzekerde Travolta zich na bijna vijftien jaar afwezigheid opnieuw van een plaats tussen de sterren.

Na Pulp Fiction speelde hij opnieuw een gangster in Get Shorty, de gedistingeerde en hippe Chili Palmer, die zijn geluk beproefd in Hollywood. Travolta zei over deze twee personages in een interview: ‘Ik denk niet dat de man uit Get Shorty de man uit Pulp Fiction meer dan vijf minuten zou kunnen tolereren. Omdat hij een drugsverslaafde is, en onprofessioneel bovendien.’

Vervolgens krijgt Travolta de rol van de slechte en getikte Vic ‘Ain’t it cool’ Deakins in Broken Arrow (1995). Deze film werd geregisseerd door de Hongkongse actiespecialist John Woo. Dat bevalt Woo en Travolta blijkbaar zo goed, dat ze later samen met Nicolas Cage de spetterende geweldsfilm Face/Off (1997) maken. In hetzelfde jaar dat Broken Arrow uitkomt, krijgt Travolta wederom een klein dipje met de flop White Man’s Burden. De sentimentele film Phenomenon (1996) en de best aardige komedie Michael doen hem geen kwaad, maar de hype rond Travolta’s Terugkeer lijkt niettemin beschaafdere vormen aan genomen te hebben, zeker als hij zich belachelijk maakt als een niet bijzonder snuggere gijzelaar in het zeer matige Mad City (moet in Nederland nog uitkomen).

Indien de Church of Scientology, waar Travolta inmiddels 25 jaar bij is aangesloten, ook engelen kent, is de kans groot dat hij er een van op zijn schouders heeft zitten, want opnieuw speelt hij de rol van zijn leven in zijn nieuwste film Primary Colors. Travolta vertolkt hierin op magnifieke wijze de rol van presidentskandidaat Jack Stanton, die is gemodelleerd naar Bill Clinton. Nadat hij de hoofdrollen in American Gigolo, An Officer and a Gentleman en Midnight Express ongelukkigerwijs aan zich voorbij liet gaan, en een rol in The Godfather III (die pas dertien jaar later gemaakt werd) niet doorging vanwege het failliet van studio Zoetrope, was het tot Travolta’s geluk deze keer Tom Hanks die de rol van Stanton moest afzeggen vanwege verbintenissen elders. Dat is voor de film waarschijnlijk maar het beste, aangezien Travolta de rol speelt alsof hij hem op het lijf geschreven is. Een neefje van hem had het hem al eens voorspeld, herinnert Travolta zich: ‘Hij zei, ‘Oom Johnny, je doet me zo denken aan President Clinton.’ Ik dacht. mijn God, als ik ooit een president zou mogen spelen, is hij de enige waar ik mee weg zou komen.’

Toch is zijn lidmaatschap van de Church of Scientology waarschijnlijk het enige dat een echte politieke carriere van Travolta in de weg staat. Net als veel collega’s in Hollywood heeft hij ooit voor de leer van Ron L. Hubbard gekozen, maar niemand weet precies wat Scientology precies inhoudt. In zijn vrije tijd leest hij de werken van de zelf uitgeroepen kerkleider, maar zijn keuze voor de leer werd ingegeven op een moment toen Travolta geestelijk op een dieptepunt zat. Vlak voordat de opnames begonnen van Saturday Night Fever in 1977 overleed zijn toenmalige vriendin aan borstkanker. Hij had toen al geruime tijd een serieuze relatie met de twintig jaar oudere actrice Diana Hyland, die zijn grote succes dus niet meer heeft meegemaakt. Kort daarna, vlak voor zijn eerste Oscarnominatie, overleed zijn moeder, óók aan borstkanker. De acteur ging door een diep dal en zegt dat Scientology de uitweg was. In 1989 ontmoette hij actrice Kelly Preston en de twee trouwden in 1991 voor de Church of Scientology. Toch heeft hij nooit de behoefte gehad om Scientology te verdedigen. ‘Het woord verdedigen houdt in dat je iets wil rechtvaardigen. Maar ik heb dat gevoel nooit gehad dat ik Scientology moet rechtvaardigen. Ik voel eerder de aandrang om anderen erover te vertellen,’ vertelde hij tijdens een interview met Playboy vorig jaar.

Op de vraag of hij – ondanks zijn omstreden kerklidmaatschap – zich toch kandidaat zou willen stellen voor een politieke functie, begint John Travolta hard te lachen. ‘Als men zou denken dat het noodzakelijk zou zijn en ik kan iets toevoegen, dan wil ik het overwegen. Maar het is voor mijn persoon niet iets natuurlijks en die aanleg moet een politicus toch wel bezitten.’ Dan meer serieus: ‘Ik denk dat een politicus een sterk gestel moet hebben, met een heel hoog tolerantie-niveau.’

In Primary Colors is de gelijkenis tussen Travolta en Clinton groot, maar ook op het persoonlijke vlak kunnen de twee het goed met elkaar vinden. De acteur voelt zich zelfs genoodzaakt om de president te verdedigen. Zoals over de Monica Lewinsky-affaire. ‘Iedere potentiele presidentskandidaat heeft wel een verleden en skeletten in zijn kast,’ fulmineert de acteur. ‘Als je realistisch bent, weet je dat je nooit de perfecte kandidaat zult vinden. En wat Clinton betreft, die man heeft de hele wereld op zijn schouders en nou moet hij zich verdedigen voor zoiets kleinzieligs in vergelijking met alle andere taken? De media zou hem nooit lastig mogen vallen met zoiets.’

Primary Colors draait vanaf 16 juli in de bioscopen

“IQ

Dit artikel verscheen eerder in IQ 06 – juli/augustus 1998