Sum - coolthinking.nl

De herontdekking van een vakman

Al ruim 34 jaar is Paul van Vliet (63) cabaretier en nog altijd speelt hij voor volle zalen. Maar even als hijzelf is het publiek van de boomlange theaterman vergrijsd. Met de show ‘Waar waren we gebleven’ wil hij jongeren naar zijn programma krijgen.

door Kel Koenen

Paul van Vliet - coolthinking.nl

‘Als ze er eenmaal zitten, zijn ze vaak aangenaam verrast. En dat is leuk.’

 

Een rondgang over de redactie van Sum leverde over cabaretier Paul van Vliet weinig vleiende typeringen op. ‘Toen was geluk nog heel gewoon’ en ‘iets voor mijn ouders’ zijn er twee van. Geconfronteerd met bovenstaande uitspraken bekent hij dergelijke reacties vaker te krijgen. Van Vliet staat op en komt terug met een knipsel uit het Nieuwsblad van het Noorden. Hierin beschrijft recensent D’Ancona hoe collega-cabaretier Theo Maassen werd gegrepen door Van Vliets’ show ‘Waar waren we gebleven’. Maassen vroeg zich af wat ‘zo’n oude lul nog te bieden had’, maar werd verpletterd door het vakmanschap van de oude meester en haastte zich na afloop om z’n verontschuldigingen aan te bieden. ‘Dat vind ik nou leuk,’ stelt Van Vliet. ‘Het is de uitspraak van een jongere en wat hij zegt, is beeldend over hoe het meestal gaat. Ik ben in 1964 begonnen en zit al 34 jaar in het vak. Ik heb dus over het algemeen een wat ouder publiek, ze zijn met me meegegroeid in de loop der jaren. Ik heb dus zeker publiek van zeventig jaar en ouder, maar wanneer ik in grote zalen speel, zitten daar echt niet alleen oude mensen, daar zit een dwarsdoorsnede van de Nederlandse bevolking. Ik heb net vijf weken lang in het Circustheater gestaan en dan hebben we het over 1700 mensen iedere avond. Dat publiek zijn van alle leeftijden, rangen, standen en uithoeken van de samenleving. Volgens theaterdirecteuren heb ik het meest gevarieerde publiek van alle collega’s.’ Maar Van Vliet weet waar de knelpunten zitten. ‘Ik heb publiek dat bestaat uit drie generaties, maar de jongerengroep tussen de twintig en dertig gaat uit zichzelf niet zo gauw naar een show van mij toe. Maar als ze er eenmaal zitten, zijn ze vaak verrast en denken: ‘Dit is er dus ook nog.’ Dat geeft wel voldoening, want ik word dan als het ware ontdekt door een jongere generatie. Of zoals D’Ancona het al schreef, herontdekt door de jonge generatie en geschikt bevonden. Naast de golf van jonge honden die nu vooral de kleine theaters bespelen en de gevestigde orde die tien jaar jonger zijn dan ik – Youp van ‘t Hek, Freek de Jonge en Herman van Veen – is er dus ook nog een andere manier van theatermaken. Ik ben nog wel de enige die het op deze manier doet en dat is vaak verrassend.’

 

Ondanks dat de herontdekking van Paul van Vliet door de generatie twintig-dertig nog op gang moet komen, vindt hij zijn programma wel geschikt voor die leeftijdsgroep. ‘Ik werd eens omschreven als iemand die in staat is om generaties te overbruggen. Ik ben 63 jaar en dus oud genoeg om de vader te zijn van jonge mensen in mijn publiek. Maar ik sta niet op het podium als vaderfiguur. Ik ben niet belerend. Ik stel vragen, maar geef zeker niet de oplossingen.’

Is dat niet te diep voor een ontspannend avondje uit?

‘Ik denk dat dat een misverstand is van deze tijd. Wanneer je kijkt naar Veronica of de twee RTL-en en krijg je wel het idee dat de smaak van het Nederlandse publiek het equivalent is van een twaalfjarige. Voor mijn gevoel is dat een enorm misverstand. Als er werkelijk iets moois is, vind iedereen dat mooi. Televisieseries als Oud Geld of Pleidooi, theaterprogramma’s van Youp en Freek zijn ook niet altijd even gemakkelijk. Ik ben wel geschikt voor jonge mensen. Ik schrijf ook niet speciaal op een bepaalde leeftijd. Ik schrijf gewoon wat ik mooi, interessant, leuk, gek of ergerniswekkend vind. Ik put uit eigen ervaringen en vanuit me eigen gevoel. Ik beschrijf mezelf ook als sukkelaar in de optocht door de tijd. Ik probeer dat zo integer mogelijk te doen.’

 

Hoewel hij vaak zo wordt omschreven, voelt Paul van Vliet zich zeker géén cabaretier pur sang. ‘Nee, volgens mij is het veel meer dan dat. Cabaret is ook zo’n beperkt begrip. Vroeger was het geëngageerd, maatschappij-kritisch theater. En dat moest sober, zonder al te veel opsmuk in kleine zaaltjes. Het ging alleen maar om het woord en de visie die je had op de samenleving. Die tijd ligt gelukkig ver achter ons. Er is nu zoveel verschillend cabaret als er cabaretiers zijn. Dat vond ik altijd al en ik ben mezelf wat dat betreft de afgelopen jaren wel trouw gebleven. Wanneer je de inhoud van een show aanpast aan een modeverschijnsel, kom je op een hellend vlak. Mensen weten wat ze aan me hebben. Ik ben mezelf gebleven met altijd andere programma’s. Want met je show moet je uiteraard wel blijven verrassen. Liedjes, sketches, monologen, komische types en verhalen. Het gaat van diep, emotioneel gevoelig tot uitbundig lachen. Dat doe ik graag in een vorm die de theatertechniek volledig benut. Ik ben een van de weinigen die nog optreed met een eigen band, ik besteed veel geld en aandacht aan licht en geluid. Het is totaaltheater, waarin alle facetten en het scala aan emoties worden afgelopen gedurende zo’n avond. Dat is mijn stijl geworden en in de loop der tijd is die aangescherpt en gepolijst. Dat is de stijl waar ik mijzelf bij thuisvoel. Dat is Van Vliet.’

 

Een nadere toelichting op zijn eigen stijl wil hij wel geven. Van Vliet: ‘Tegenwoordig is absurder, grover en gekker in, maar ik heb dus nooit de neiging gehad om dat ook toe te passen. Eind jaren zestig was cabaret echte maatschappijkritiek en werd er gezegd dat ik harder moest worden. Dat gaf een soort onrust; ik wist niet zeker of ik ook peper en zout moest strooien in de open wonden van de samenleving. Maar ik heb het niet gedaan en ben daar achteraf nooit rouwig om geweest. Dan was ik mezelf ontrouw geweest.’

 

Maatschappelijke bevlogenheid is voor Van Vliet ook iets voor buiten het theater. ‘Mijn engagement is toch altijd menselijk geweest. Ik heb het over mensen. Over jou en mezelf en over de mensen van nu. Herkenbaarheid is voor mij toch altijd al de sleutel geweest. Het publiek moeten zich kunnen herkennen in wat ik op het toneel doe. Woord voor woord. Dat ik mensen op ideeën kan brengen, ligt meer in mijn vermogens. De maatschappij kan ik echt niet veranderen door mijn optredens. Maatschappelijk werk doe ik buiten de shows om. Zo ben ik bijvoorbeeld ambassadeur van Unicef. Dat is een taak waar ik mijn maatschappelijk engagement prima in kwijt kan. Theater moet fantasie zijn. Dan is de journalistiek beter in staat om kritiek te uiten op de maatschappij. Wanneer cabaretiers dat doen, klinkt het zo wijsneuzerig en is het bijna zinloos. Daarom zocht de jongere generatie het in de vergroving van de teksten, maar dat verliest langzamerhand ook zijn slagkracht omdat iedereen dergelijke teksten gebruikt.’

 

Het lijkt een leuk vak, maar avond aan avond hetzelfde doen op toneel kan gaan vervelen. Dat geldt ook voor Van Vliet, maar hij heeft daarvoor wel een oplossing. ‘‘Waar waren we gebleven’ is mijn huidige show en speel altijd twee seizoenen hetzelfde programma. Kijk, het zijn natuurlijk mijn eigen liedjes en sketches, dus als iets me gaat vervelen dan gebruik ik gewoon iets anders. Daarmee voorkom je de sleur.’ Vergelijkingsmateriaal heeft hij ook. ‘Zo’n show is heel anders dan toneel. Ik heb twee jaar lang My Fair Lady gedaan en soms wel acht keer per week. Daar mag je dus absoluut niets veranderen of improviseren. Dan breng je namelijk je tegenspelers hopeloos in verwarring. Ik was dat ook niet gewend en improviseerde wel eens wat in het begin, maar dan kreeg ik flink op m’n lazer. Improviseren is niet iets van acteurs, die kunnen dat ook helemaal niet.’

Dit theaterprogramma van Paul van Vliet loopt door tot mei volgend jaar en wat hij daarna gaat doen, weet hij nog niet. ‘Ik hou het allemaal nog open. In september heb ik twee weken een liedjesprogramma gedaan met het Residentie-orkest, dat zou ik best nog eens willen herhalen. Maar verder, we zien wel. In dit stadium van mijn carrière vind ik het leuk om mijzelf en mijn publiek te blijven verrassen. My Fair Lady was een verrassing en deze show ook. Zolang ik nog creativiteit en inspiratie heb, lijkt het me leuk om te kijken of ik nog nieuwe dingen kan ontdekken.’

Sum - coolthinking.nl

Dit artikel verscheen eerder in Sum 06 – oktober 1998