De vermoedens van Mr Whicher

Een spannende whodunit die zich afspeelt rond 1860. Op unieke wijze vertelt Summerscale het mysterie rondom de moord op een 3-jarige peuter.

De vermoedens van Mr. WhicherEngeland, 1860. Een lijk, een detective, een afgelegen landhuis en een verdachte familie met veel geheimen.

Jack Whicher, een gevierd detective van Scotland Yard, wordt naar Road Hill House gestuurd om de moord op de driejarige kleuter Saville Kent te onderzoeken.

Met hulp van een onervaren lokaal politieteam en zonder enig feitelijk bewijs, staat hij voor een schijnbaar onmogelijke taak – een van de rouwende bewoners moet de dader zijn. De moord leidt in Engeland tot nationale hysterie.

De gedachte aan wat allemaal achter gesloten deuren van een respectabele familie op het platteland kan afspelen – onbetrouwbare bedienden, opstandige kinderen, gekte, jaloezie, eenzaamheid en haat – maakt mensen angstig en veroorzaakt opwinding.

Iedereen heeft wel een eigen theorie over wie de moordenaar van Saville is. Net als rechercheur Whicher.

In De vermoedens van Mr Whicher reconstrueert Kate Summerscale nauwgezet de feiten achter deze gruwelijke zaak. Met haar levendige verteltrand en de intelligente manier waarop ze het mysterie langzaam ontrafelt, is De vermoedens van Mr Whicher een meesterwerk geworden.

Kate Summerscale werkte als literair recensent bij The Daily Telegraph en schreef eerder de biografie The Queen of Whale Cay. Ze woont in Londen.

Fragment
Elizabeth Gough stond even na zessen op, kleedde zich aan, las een hoofdstuk in de bijbel en zei haar gebeden op. Het nachtlichtje was zoals gewoonlijk opgebrand, na zes uur te zijn gebruikt. Savilles bedje was nog altijd leeg. Om kwart voor zeven – ze keek toevallig op de klok die in de kinderkamer op de schoorsteenmantel stond – ging ze naar de kamer van mijnheer en mevrouw Kent.

‘Ik klopte tweemaal op de deur, maar kreeg geen antwoord.’ Ze beweerde dat ze niet aandrong omdat ze mevrouw Kent, die door haar zwangerschap slecht sliep, liever niet wilde wekken. Gough ging terug naar de kinderkamer om Eveline aan te kleden. In de tussentijd was Emily Doel met haar werk begonnen. Kort voor zeven uur kwam ze de kinderkamer in met het kinderbadje, dat ze naar de aangrenzende kleedkamer bracht. Terwijl ze met emmers heet en koud water zeulde om de kuip te vullen, zag ze dat Gough haar bed aan het opmaken was. Ze zeiden niets tegen elkaar.

Gough klopte nogmaals op de slaapkamerdeur van mijnheer en mevrouw Kent. Ditmaal werd hij opengedaan – Mary Kent was uit bed gekomen en had haar peignoir aangetrokken, na een blik op het horloge van haar echtgenoot: het was kwart over zeven. Er volgde een verward gesprek, want beide vrouwen schenen te veronderstellen dat Saville bij de ander was. ‘Zijn de kinderen wakker?’ vroeg Gough aan haar meesteres, alsof ze als vanzelfsprekend aannam dat Saville in de slaapkamer van zijn ouders was. ‘Hoe bedoel je, de kinderen?’ vroeg mevrouw Kent. ‘Het is er maar een.’ Ze doelde op de vijfjarige Mary Amelia, die bij haar ouders op de kamer sliep.
‘Jongeheer Saville!’ zei Gough. ‘Is hij niet bij u?’
‘Bij mij!’ antwoordde mevrouw Kent. ‘Beslist niet.’
‘Hij is niet in de kinderkamer, mevrouw.’

www.boekenflits.nl