Sum - coolthinking.nl

Het ‘verschijnsel’ Herman Brood

Een rock ‘n’ roll-junkie. Herman Brood blijft ook in zijn vijftigste levensjaar nog volop in de belangstelling staan. En dat terwijl de Zwolse rocker nou niet bepaald een hitmachine genoemd kan worden. Maar de zanger is volgens eigen zeggen ‘een verschijnsel’ die alle aandacht verdient. Voorafgaand aan een concert in een hoofdstedelijk grand-cafe werd Sum door Brood ingelicht over ouderdom, drugs en zijn grote liefdes.

door Kel Koenen

Herman Brood - coolthinking.nl

‘Onopvallend voorbij gaan, lijkt me een nachtmerrie’

‘De zanger is helder.’ De eerste woorden van Brood tegen de interviewer maken alles duidelijk. Gewaarschuwd over diens nukken, lijken de woorden alle twijfel weg te nemen. Het concert later die avond is aangekondigd als ‘Brood does The Voice’. Wat heeft hij met Frank Sinatra? Herman Brood: ‘Hetzelfde wat ik met Johnnie Jordaan heb. Toen wij thuis onze eerste pick-up kochten, mochten we allemaal een plaat uitkiezen. Mijn moeder nam Tante Leen en Johnnie Jordaan. Als duo hoor, niet dat je denkt dat mijn moeder twee platen uitzocht. En mijn vader koos Frank Sinatra. In zijn cafe was Strangers in the Night  zeer geliefd. Sinatra is natuurlijk een van de eerste popidolen geweest en ik vind het gewoon een hele goede zanger. In die tijd dat mijn vader die muziek draaide, hield ik me er totaal niet mee bezig. Maar achteraf beschouwd, zoals nu, kan je zeggen dat die man een enorm statement maakte. Daar kun je niet onderuit. Met Sinatra is het nu allemaal wat minder, maar dat zal me een zorg zijn. Elvis was in het laatste stadium van zijn leven ook niet meer te pruimen, hoewel ik niet denk dat ik zo ontroerd zal zijn wanneer Frank Sinatra overlijdt dan ik was toen Elvis overleed. Eerlijk gezegd heb ik toen heel erg gehuild. Zeker vergeleken met het huilen dat ik deed bij het overlijden van mijn vader.’

Maar waarom zing je Sinatra? ‘Het had ook My Funny Valentine kunnen zijn. Ik kan iedereen spelen. Het idee om classics te doen sprak me gewoon aan. Een probleem was om een band zo gek te krijgen dat ze die nummers instudeerden. Toen dacht ik aan mijn andere favoriete muzieksoort: reggae. Dan wordt het een stuk makkelijker, reggae is toch nooit meer dan drie accoorden. Het scheelde een boel repetities.’

Psychedelisch
We lopen achter de zanger aan, de kleedkamer in. Er hangt een stevige geur van marihuana. Brood snuift, kijkt naar zijn manager en zegt quasi-onschuldig: ‘Wat stinkt het hier, hé.’ Hij vervolgt: ‘Ik kan er niet tegen. Men noemt het een soft-drug, weet je, maar als ik wiet rook, durf ik het podium helemaal niet op. Voor mij is het een absolute harddrug. Ik snap ook niet hoe ze het klaarspelen, de bandleden. Die roken wiet en gaan dan rare dingen doen. Ik word er totaal paranoia van.’ Brood heeft zo zijn eigen pepmiddelen. ‘Alcohol en speed. Dat zijn mijn vaste kameraden en het blijven ook kameraden.’Zijn ze effectiever? ‘Gezien mijn hobbies die ik door de jaren heen hebt gehad, zijn speed en alcohol bijzonder aangenaam gebleken. Dan zie ik ze toch echt als mijn kameraden. Het is net een Russische roman; het leven verwoest door teveel kameraden. Natuurlijk is het heel persoonlijk, maar ik ben heel blij met speed. Ik heb ook geen zin meer om te zeggen dat ik het niet lekker vind of dat het slecht is, ofzo. Cocaïne is al weer iets anders. Als ik dat spuit word ik behoorlijk psychedelisch. Dan moet ik eerst drie kilometer rondlopen voordat ik met mensen kan praten. Als je coke spuit en je trekt de plee door dan lijkt het net alsof het gebouw in mekaar stort. Je krijgt dan een ontzettend overdreven geluidsbewustzijn. Ik hou meer van drugs, waar je toch nog met mensen om kunt gaan. Op zichzelf is dat al een enorme uitdaging, om met mensen om te gaan. Fijn hé, zo over drugs lullen?’

Brood heeft meerdere passies. Schilderen, speed en drinken, maar muziek spant de kroon. ‘Ik zeg misschien wel een beetje quasi-schijt-lollig dat ik van muziek hou, maar ik hou dus écht van muziek. Niet zo veel meer als ik toen een jaartje of twaalf was, toen sliep ik dus echt met Little Richard onder mijn kussen. Maar ik ben altijd zeer blij, wanneer er een nieuwe CD uitkomt die ik te gek vind. Zoals Blind Mellon, dat is muziek die je heel vaak kan draaien en iedere keer hoor je er iets anders in. Dat vind ik ook in een schilderij belangrijk. Dat het niet meteen concreet is, weet je wel. Zelf schilder ik ook op die manier. Zo instinctief mogelijk. Als ik het later dan terug zie, dan denk ik: ‘Verrek, bedoelde ik dat’. Dat je fantasie in de breedte werkt. Aan de andere kant hou ik ook best van hele concrete dingen.’ Zoals? ‘Mijn dochter en van geld. Ik hou van gokken. Dat zijn allemaal concrete dingen. Ik hou van meisjes, jonge meisjes. Ik hou van masturberen en van films. Maar dat zijn allemaal dingen waar je van houd en die je niet zelf maakt. Behalve dat masturberen dan. Kijk, in muziek zitten een heleboel elementen. Je hebt een tekst, dat is onbegrensd terrein, met die tekst kun je op de fantasie werken. Kunst is ook ongrijpbaar, dat is het te gekke eraan. Het enige dat grijpbaar is aan muziek is de plaats in de hitlijsten. Dat is een soort van indeling en gaat het over verkoopcijfers. Er is natuurlijk niemand die jou kan vertellen welke muziek goed is en welke niet. Dat is onmogelijk aan muziek en is met kunst ook zo. Kunst lijkt soms een elitaire aangelegenheid. Maar je kunt nergens om je heen kijken of je ziet kunst. Het kopje, dit glas, de asbak, ons tafeltje, alles wat je ziet is door kunstenaars ontworpen.’ Het hele leven is dus kunst? ‘Ja, en rock ‘n’ roll. Maar, als je to the point bent, is een schilderij ook rock ‘n’ roll. En dan is zelfs in de rij staan bij Albert Heijn een vorm van rock ‘n’ roll. Alles wat je overkomt is rock ‘n’ roll.’

Geflambeerd
Brood is, zoals hijzelf zegt, een publiciteitshoer. Maar dat moet ook wel om zijn status van verschijnsel levend te houden. Zo kan je hem dus tegenkomen in Privé of in een televisieprogramma van Patty Brard. Maar ook hierin is hij ambivalent, teveel aandacht maakt hem schuw. Daarom ook is Amsterdam zijn stad. Brood: ‘Mijn liefde voor Amsterdam is veel erger als ik dacht. In die zin, ik merk het steeds weer als ik een tijd weg ben geweest hoe heerlijk ik het vind als ik de stad weer binnenrijd. Ik vind Amsterdam ook, vergeleken met andere steden in Europa, een hele onbezorgde plek. Dan heb ik het over het politiebeleid, ze zijn gewoon heel cool. Die doorstroom van toeristen zorgt ervoor dat ik niet steeds dezelfde koppen zie. Groningen is ook leuk, maar na drie dagen kom je toch dezelfde gezichten tegen. Dat komt natuurlijk ook in mijn hoedanigheid als bekende Nederlander en dan is dat extra vervelend. Ik bedoel, Groningen zal ik nog steeds warm aanbevelen. Waanzinnig uitgaansleven, waar ik dus nooit indurf.

Waarom niet? ‘Ik ben sowieso allergisch voor dronken mensen. En ook van kuddes mensen houd ik niet. Het schiet gewoon niet op, weet je. Als ik een leuk meisje zie aan de andere kant van de bar, dan moet ik eerst door tachtig kerels heen roeien. Daar komt bij dat iedereen je in de gaten houdt. Maar ja, ik moet zo nodig dus dit is zeker geen klacht, maar realiteit. In Amsterdam zijn bepaalde plekken waar ik met rust gelaten wordt. Hoewel de populariteit neemt hand over hand toe, zelfs in het casino ben ik niet meer veilig.’ Wat gebeurt er dan? ‘Ik vind het leuker als mensen doen alsof ik er niet ben. Dat is een soort code in een bordeel of casino. In Amsterdam denkt men: Oh, daar gaat Herman Brood. Dat is niet zo opzienbarend dan wanneer ik in Winschoten ben of in Utrecht. Ik ga wel eens naar een plek waar ik zeker weet dat niemand mij herkend. Dat begint me na anderhalf uur al de strot uit te komen en ga ik op een tafel staan en gek doen. Ik heb kennelijk dus toch de behoefte aan die aandacht. Het onopvallend voorbijgaan lijkt me dus echt een nachtmerrie.’ Het verschijnsel heeft uitgesproken opvattingen, ook over doodgaan. De grootste angst is dat op zijn steen komt te staan: ‘Hij was een hele gewone jongen’. Brood: ‘Ik wil geflambeerd worden met Grand Marnier. Wie het aan mag steken, weet ik nog niet. Maar ik ga eigenlijk helemaal niet dood.’ Niet dood? ‘Nee, ik word dit jaar 50. En ik ga er van uit dat tegen die tijd dat ik 80 of 90 jaar ben, dat het hele principe van doodgaan ouderwets is. Doodgaan is dan gewoon passé. De medische wetenschap heeft de zaak dan dusdanig onder controle dat doodgaan dan een overbodige luxe is geworden. Kijk, dan zit je met al die oudjes, dat kan een probleem worden. Maar als je ze allemaal bij elkaar stopt in een reservaat, begint voor hen het leven pas echt.’ Hoe zie je jezelf dan?‘Als je ouder bent, kan je de zaken beter overzien. Die mensen die nu tachtig zijn, hebben zo’n wijsheid, dat is prachtig. Om al die trends, rages, uitvindingen en tijdsontwikkelen aan je voorbij zien gaan, lijkt me een fantastisch gevoel. Dan kan je op een gegeven moment op een bankje gaan zitten met een pijpje opium en dan zeggen: ‘Verder weet ik het allemaal wel. Bekijk het maar.’ Als ik bijvoorbeeld geen meisje meer zou kunnen versieren, dan vind ik het wel best. Aan de andere kant zal de lust om te schilderen of muziek te maken bij mij nooit ophouden. Als je zelf klein bent, denk je dat vader en moeders alles weten. Dan ben je zelf veertig, maar er is geen moer veranderd. In je hoofd hou je altijd dezelfde kwetsbaarheid. Ik vond toen ik twintig was, iemand van vijftig een oude lul. Nu ben ik zelf vijftig, maar ik ben nog steeds dezelfde persoon. Hooguit dat je geheugen wat achteruitgaat in de snelheid qua dingen oppikken. Maar als je dan een LSD-pilletje neemt, is dat zo verholpen.’ Dus als jij 150 bent zit je ook in het reservaat? ‘Tuurlijk, dan zijn er genoeg leeftijdsgenoten om kontje mee te neuken en geef ik iedere zaterdagavond een concert. Lachend: ‘Het publiek groeit mee en het optreden vindt dan plaats in de kantine. Stevig headbangen en al die gebitjes vliegen eruit. Moet kunnen. Je merkt nu ook, dat het publiek zich altijd verjongd. Mensen na een bepaalde leeftijd komen gewoon niet meer naar je concerten, maar dan komen er weer jongeren. Zo kan je altijd door blijven gaan.’

Sum - coolthinking.nl

Dit artikel verscheen eerder in Sum 04 – juni 1996