IQ

Een Nederlander in control

Jan de Bont (54) maakte met regisseur Paul Verhoeven deel uit van het kliekje dat in de jaren ’70 grote Nederlandse films maakte als Soldaat van Oranje, Turks Fruit en Keetje Tippel. Naar nu blijkt was dat alles ter voorbereiding op zijn toekomst in Hollywood. Inmiddels maakt hij – weer met Verhoeven – deel uit van het kliekje van Hollywoods meest gevraagde en succesvolste regisseurs. Speed 2: Cruise Control, zijn derde film, beleefde in Amerika onlangs de première. De Bont over regisseren, geld, camerawerk en zijn nieuwste film.

door Kel Koenen

Jan de Bont - coolthinking.nl

‘Het is alsof je naar een gigantisch circus gaat, maar je hoeft er niet zoveel voor te betalen.’

Het non-stop actiespektakel Speed (1994) schoot Jan de Bont voor je ‘popquiz’ kon zeggen tot de hoogste regionen van de Amerikaanse filmindustrie. Opeens was voormalig director of photography ‘Djen de Bont’ niet zomaar een van de vele relatief onbekende namen op de aftiteling. De Bont lag na zijn regiedebuut op ieders lippen en behoorde binnen no time tot het selecte groepje gerenommeerde actieregiseurs waar ook zijn voormalige werkgevers Richard Donner (Lethal Weapon), John McTiernan (Die Hard), Joel Schumacher (Flatliners) en niet te vergeten landgenoot Paul Verhoeven (Basic Instinct) toe behoren.
Deze zogenoemde A-list van regisseurs is volgens De Bont van weinig belang: ‘Het klinkt heel goed, maar het betekent echt niet zoveel. Je hebt een aantal mensen die die aan de top van de A-list staan. Maar je moet wel geluk hebben. Er is geen regisseur die van plan is een slechte film te maken waar niemand naar komt kijken. De timing is heel belangrijk. De film moet net op het juiste moment uitkomen. Als Jurassic Park net in de bioscopen draait moet je niet uitkomen met een andere dinosaurusfilm. Ook al zou die tien keer beter zijn. Je moet het geluk hebben om een van de eersten te zijn, weetjewel.’
Geluk of niet, feit is dat De Bont na twee zeer geslaagde regiebeurten niet kieskeurig hoeft te zijn. Na het succes van Speed (de film ging de magische grens van honderd miljoen dollar rap voorbij) heeft hij twee mensen in dienst die de aangeboden scripts voor hem lezen en voorselecteren. Hoewel zijn tweede film Twister (1996) qua verhaallijn en menselijk drama volgens menig filmcriticus aan de magere kant was, was ook deze film letterlijk en figuurlijk een wervelend succes aan de box-office – tot nu toe ruim 460 miljoen dollar wereldwijd.
Het publiek kwam dan ook voornamelijk af op de belofte van een visueel verbluffend schouwspel van dansende tornado’s en snelle actie. De rol van acteurs is volgens De Bont ondergeschikt aan het geheel. Hij is er daarom niet al te rouwig om dat Keanu Reeves ondanks een geboden salaris van 11 miljoen dollar verkoos te gaan toeren met zijn punkband Dogstar boven nogmaals het personage van Jack Traven uit Speed te vertolken in het vervolg. ‘Keanu Reeves is vervangen door Jason Patrick. We dachten dat het heel moeilijk zou zijn om iemand te vervangen, maar dat viel wel mee. De film is de echte star, niet de acteurs. De acteurs spelen een grote rol natuurlijk, en zijn heel belangrijk in het succes van de film. Maar het is de film zelf, die uiteindelijk bepaalt of iets werkt of niet.’

Jan de Bont staat bekend als een bezeten filmmaker. Terwijl James Cameron zijn 120 miljoen dollar kostende Arnold Schwarzenegger-vehikel True Lies maakte, hield De Bont zich voor Speed keurig aan het budget van dertig miljoen. Hijzelf vindt dat niet meer dan logisch. ‘De meeste regisseurs zijn meestal zo traag en niet goed voorbereid als ze dit soort projecten aanpakken. Je moet bij dit soort films zo gefocust zijn, zo direct; dan kan je geen mistakes maken, want elke mistake kost zoveel geld. Je moet een oplossing kunnen bedenken voor elk mogelijk probleem, van weersproblemen tot ziekte van de cast of crew, van dingen die breken tot effecten die niet werken. Elke dag zijn er duizenden dingen die je direct moet oplossen. Niet van: ‘Okay, ik denk erover, volgende week doe ik het.’ Nee, het moet meteen gebeuren.’
De Bont staat eveneens bekend als iemand die door het vuur gaat voor net dat juiste shot. Tijdens de opnamen van de film Roar (1981) – De Bont was director of photography – ontsnapten vijftig leeuwen. Terwijl De Bont aan het filmen was, haalde een van de leeuwen naar hem uit en scalpeerde hem. Een flinke lap van zijn hoofdhuid hing voor zijn ogen. ‘Het ergste was dat ik niets meer kon zien,’ zegt De Bont in een artikel in HP/De Tijd. In datzelfde artikel herinnert zijn twaalf jaar jongere broer Peter (ook cameraman) zich de waaghalzerij van zijn grote broer: ‘Jan is vaak gewond geweest; bij elke film zit er bloed aan de camera. Na Roar zag ik de foto’s met 220 hechtingen aan zijn hoofd. Bij Flesh & Blood gooiden de mensen speren vlak langs de camera. Een speer ging dwars door zijn jack heen. In Marokko gingen ze met twee vliegtuigen lokaties bekijken. Jan stapte over, vlak voordat ze opstegen. Het andere vliegtuig stortte neer; iedereen was dood. In diezelfde film zat Jan boven in een takelkraan op een plateau, dat met kabels vastzat. De kabels verschoven en het plateau gleed schuin. Iedereen sprong er in doodsangst af. Maar Jan zette zijn camera recht en filmde gewoon door: ‘Nog even dat ene shot, dat kan nooit meer.’ Jan heeft een engeltje boven zijn hoofd.’
De Bont is een van die zeldzame regisseurs die zich aangetrokken voelt tot de complexiteit van dergelijke producties. Voor hem mag het altijd groter, spectaculairder, sneller en beter. ‘De complexity is zo enorm. Er zijn heel weinig mensen die dat in de hand kunnen houden, die voldoende technisch onderlegd zijn en bovendien een goede verstandshouding met de acteurs hebben. Het is niet alleen dat je aan het hoofd staat van een team van 500 mensen, maar ook hoe je de dingen logistiek oplost. In Speed 2 gaat een enorm cruise-schip óver een eiland. Dan denk ik, hoe moet ik dat bouwen, hoe krijg ik dat van de grond? Je hebt met zoveel dingen te maken die zo enorm complex zijn. Daar moet je tegen kunnen.’
De veeleisende De Bont is vaak zelf de hoofdverantwoordelijke voor die complexiteit. Zo liet hij tijdens de opnames van Basic Instinct zelfs voor de kleinste scènes minstens drie camera’s draaien om maar niets te hoeven missen. Maar dat is kinderspel vergeleken met het aantal camera’s (27!) dat hij gebruikte voor de openingsscène van Lethal Weapon III waar een groot kantoorgebouw werd opgeblazen. Donner – zelf een veteraan in het actie-genre – vond de scène te ingewikkeld en liet de regie ervan volledig aan De Bont over.

Als het aan De Bont had gelegen had hij al veel eerder zijn regiedebuut gemaakt. Voor zijn gevoel had hij als cameraman ruimschoots genoeg ervaring met regisseren. Hij zou in 1993 de regie doen van de film Dropzone. Dat ging aan zijn neus voorbij omdat de studiobazen van Paramount te weinig vertrouwen hadden in een debutant. Twentieth Century Fox gaf hem kort daarna de kans om Speed te regisseren. Speed 2 is inmiddels De Bonts derde film. Wil hij nog wel als cameraman werken? ‘Nee, absoluut niet. Niet dat ik denk dat het ene beter is dan het andere maar ik ben altijd zeer geïnteresseerd geweest in de regie-kant van film. Als regisseur hou je je niet alleen bezig met het belichten of fotograferen. Ik kan nog steeds bepalen hoe de film eruit zal zien maar ik heb nu eigenlijk veel meer controle. Als cameraman kon ik niet altijd doen wat ik wilde. Je kan alleen maar geven wat de regisseur van je vraagt en dat is niet altijd wat er in je hoofd zit. Ik vind dat een beperking.’
Vindt U het geen beperking dat U van de Amerikaanse vakbonden als regisseur officieel niet het werk van de director of photography of camera operator mag doen?
‘Dat is niet helemaal waar. In alle drie de films heb ik zelf de camera gehanteerd. Ook andere regisseurs doen het. Zeker als ze zelf cameraman zijn geweest zoals Steven (Spielberg, kk/jw) en James Cameron. Ik doe het echt heel vaak omdat mijn cameravoering zo beweeglijk is en ik door het oog van de camera de acteurs direct kan vertellen wat ik wil. Ik wil graag dat de acteurs bewegingsvrijheid hebben en niet alleen van punt A naar punt B mogen want dat is echt vreselijk. Ik heb veel vrijheid en ik vind dat de acteurs dat ook moeten hebben. Het goeie daarvan is dat er zo een soort trust, een soort vertrouwen ontstaat en dat is ontzettend belangrijk.’
Wat doet U met vervelende acteurs?
‘Ik heb altijd een hele goede verhouding met acteurs.’

Blijkbaar is De Bont een stuk milder geworden. In een interview met Humo na het uitkomen van Speed noemde hij Bruce Willis ‘een verschrikkelijke aansteller’ en een ‘klein kind’ en Sharon Stone was een ‘niet bijster slim’ persoon die haar vak niet verstond. Bovendien weigert De Bont te werken met acteurs die hem vertellen hoe ze gefilmd of uitgelicht moeten worden. ‘Bette Midler en Barbara Streisand hebben natuurlijk allebei neusproblemen. En daar zijn ze zo gefrusteerd over, daar wordt je gek van. Ze zijn meer met hun neus bezig dan met hun acteren.’
De Bont zag het levenslicht in 1943 in Eindhoven. Zijn vader was een groothandelaar in vlees maar bovenal katholiek. De wens van een van zijn zeventien kinderen te gaan studeren aan de filmacademie in het door God verlaten Amsterdam kon vader dan ook niet in het minst bekoren. Maar kleine Jan wist al vroeg dat zijn lot in Hollywood lag, ofschoon hij geen flauw idee had waar die magische plek zich op de aardbol bevond. ‘Toen ik twaalf was wilde ik al naar Hollywood. Ik had in Eindhoven mijn eigen theatertje waar ik allemaal Amerikaanse acht millimeter-films draaide. Ik voelde me aangetrokken tot de mogelijkheid dat daar zulke gigantische eventfilms konden worden gemaakt. Films als The Battle of the Pacific waren fantastische producties vol met emotie en drama. Ik dacht, als die films in Hollywood gemaakt worden dan wil ik daar naar toe. Ik heb dat altijd in the back of my mind gehouden.’
Zijn eerste film was van een bruiloft en draaide hij met een kleine acht millimetercamera. ‘Alle gasten hadden een pesthekel aan de filmlampen omdat die de sfeer van het kaarslicht verstoorden. Helaas stond er niks op de film,’ aldus De Bont. Moeder De Bont besefte de oprechte obsessie van haar zoon en steunde hem in zijn ambities. Nadat hij de HBS in Eindhoven had doorlopen werd De Bont op achttienjarige leeftijd aangenomen op de filmacademie. De eerste meer professionele Nederlandse productie waar De Bont aan meewerkte was De minder gelukkige terugkeer van Jozef Katus naar het eiland van Rembrandt uit 1966. De Worstelaar uit 1970 was het regiedebuut van collega Paul Verhoeven en betekende het begin van een blijvende vriendschap en vele collaboraties tussen de twee overachievers. In Nederland maakten ze Turks Fruit, Keetje Tippel en De Vierde Man. ‘Ik denk nog heel vaak terug aan die tijd. Die stijl die ik nu heb heeft zich in Nederland ontwikkeld tijdens de films die ik maakte toen ik twintig jaar was. Mijn broer heeft me dat laatst laten zien. De manier waarop ik nu films maakte, zei hij, is bijna hetzelfde als hoe ik dat vroeger deed, allemaal handheld. Het is heel vreemd. Je denkt dat je verandert, opgroeit en nieuwe dingen doet. Maar de basis die ik toen gelegd heb, die ligt vast. Dat geeft me eigenlijk een heel goed en bevredigend gevoel.’

Is er ook veel verschil met vroeger?
‘Je kunt een Nederlandse film die twintig jaar geleden voor 300 duizend gulden maakte niet vergelijken met een Amerikaanse film van 100 miljoen dollar. Het enthousiasme waar we toen mee werkten dat heb je nog steeds, maar we werden door het kleine budget gedwongen om heel creatief te zijn en veel dingen zelf te bedenken die in Amerika readily available zijn. Ook de Nederlandse acteurs zijn anders. In Nederland was was het een heel klein team. Iedereen, van de hoofdrolspeler tot kleinste acteur, en de hele crew was altijd heel intiem betrokken met het hele proces. Hier is het veel meer een industrie. Er wordt in de VS zoveel gemaakt. In Los Angelos werken bijna een half miljoen mensen in de film- en televisieindustrie, dat is heel veel. Ze zijn daar dag in, dag uit mee bezig. Het is zo gigantisch.’
Tijdens de opnames van Turks Fruit (1973) kreeg De Bont een relatie met hoofdrolspeelster Monique van de Ven en het paar trouwde vrij snel. Hoewel tijdens het draaien van Keetje Tippel (1975) jaloezie De Bont parten speelde – hij had grote moeite met haar vele naaktscènes – hielden ze het toch nog zo’n tien jaar met elkaar vol. Na het filmen van Max Havelaar in Indonesië waagden De Bont en Van de Ven in 1976 de grote oversteek naar de VS. Voor hem bleek dat een gouden kans, voor haar resulteerde de stap in heimwee en werkeloosheid. De Bont erkent dat hij niet genoeg tijd voor de dingen uittrok en dat Van de Ven hem dat heel kwalijk nam.
Na zeven jaar hield ze het voor gezien en keerde terug naar Nederland. De Bont bleef. ‘Ik voel me ontzettend thuis hier. Film is echt mijn leven. Er gaat geen minuut voorbij of ik wil de wereld die ik in mijn hoofd heb realiseren op film. Ik heb er nog steeds even veel plezier in als toen ik begon. Het is een heel belangrijk deel van mijn leven geworden.’ Van de Ven relativeert de affaire in een interview met de Volkskrant: ‘Ach, ik ben er trots op dat ten minste nog iemand van de familie het daar wel heeft gemaakt. Voor Jan was Amerika heel belangrijk, hij moest en zou daar slagen. En dat is hem gelukt, prachtig toch?’ Inmiddels is De Bont geruime tijd gelukkig met zijn Amerikaanse vrouw Tracy. Ze wonen in een groot huis op Sunset Boulevard in Hollywood en hebben twee kinderen, Alexander (6) en Anneke (5).
Paul Verhoeven ziet hij nog regelmatig. ‘Ik heb net met hem gegeten. We praten dan over elkaars problemen die bij het maken van een film komen kijken.’ De Bont was director of photography bij Verhoevens Amerikaanse films Flesh & Blood en Basic Instinct. Nu zijn de Nederlanders allebei gerenommeerde regisseurs. Verhoevens science fiction-film Starship Troopers komt in de herfst uit. Leidt dat niet tot een vorm van competitie? ‘Tussen ons? Absoluut niet. Dat soort competitie bestaat hier niet. Iedereen weet van elkaar hoe moeilijk het is om een goede film te maken. Dus je wenst elkaar succes. Het is goed voor de filmindustrie als er veel goede films worden gemaakt. Bovendien is Speed 2 een zomerfilm en dan is de kans op een hit veel groter. Ik denk dat Paul te laat is met zijn film.’
Wat is het verschil in uw stijl en die van Verhoeven?
‘De personages uit Pauls films zijn heel anders. Maar het grootste verschil is, denk ik, dat Pauls films veel geweldadiger zijn. Dat is iets persoonlijks omdat ik er zelf niet van houd. Het zegt verder niets over de kwaliteit van de film.’

In Speed 2 – Cruise Control zien we Sandra Bullock weer terug in de rol van de spontane en onverschrokken Annie. Nauwelijks bekomen van haar wilde busrit met Keanu Reeves wil ze met haar nieuwe vlam – gespeeld door Jason Patric – genieten van een welverdiende rust op het enorme cruiseschip The Seaborn Legend (overigens een bestaand schip). Is het niet Dennis Hopper uit Speed die roet in het eten komt gooien, dan is het wel de even briljante als maniakale computerprogrammeur Willem Dafoe die Annie’s vakantie komt verknallen.
Op het moment van het interview is De Bont bezig met de postproductie van Speed 2. ‘We zijn nu ongeveer vijf weken met de eindmix bezig en volgende week moet het allemaal klaar zijn. Er zijn momenteel zo’n driehonderd mensen bezig met het mixen van het geluid en de muziek, het snijden van de negatieven en het inmonteren van de effecten die door Industrial Light & Magic (de special effects-fabriek van George Lucas, kk/jw) worden geleverd.’
Wat was de reden om een vervolg te maken op Speed?
‘De eerste film was zo succesvol en het publiek vraagt er om. Het publiek bepaalt eigenlijk of de studio’s het maken van een sequel zullen overwegen. Het is heel moeilijk aan een goed verhaal te komen dat niet in herhaling valt. De meest scripts zijn niet om aan te zien; tot je uiteindelijk zelf iets bedenkt en dat gaat uitwerken. Maar het is heel lastig want de verwachtingen zijn altijd heel hoog. Hetzelfde geldt voor Spielbergs Lost World (het vervolg op Jurassic Park, kk/jw). Iedereen wil een vervolg en dat er weer dinosaurussen in zitten. Dat is het enige wat het publiek wil zien. Het verhaal komt grotendeels op de tweede plaats. In Speed 2 is het verhaal iets belangrijker. De relatie tussen Jason en Sandra wordt meer uitgediept. Maar uiteraard is ook de schaal veel groter dan van de eerste film. Er gebeuren dingen die je nooit eerder hebt gezien. Het is alsof je naar een gigantisch circus gaat, maar je hoeft er niet zoveel voor te betalen.’
De film zal ook wel meer gekost hebben dan de eerste Speed, nietwaar?
‘Natuurlijk is hij duurder. Je kunt een sequel in geen miljoen jaar voor dezelfde prijs maken. Alles is veel duurder; de effecten, de publiciteit, het produceren, de distributie, maar ook de acteurs. Sandy’s prijs ging van 250 duizend dollar voor Speed naar twaalf-en-half miljoen dollar. Dat geeft je een beetje een idee. Bovendien heb ik voor Speed heel veel favours gevraagd van mensen die ik kende. Die werkten dan voor relatief heel weinig geld. Dat kan je ze maar een keer vragen en niet nadat je net een succesvolle film hebt gemaakt. De tweede keer willen ze gewoon goed betaald krijgen en dat is totaal logisch. De studio had daar geen problemen mee en ik dus ook niet.’
Vlak na het uitkomen van Speed verkondigde De Bont met trots dat hij de remake van Godzilla zou gaan regisseren. Het mocht helaas niet zo zijn. ‘Godzilla, nee, dat zit er niet meer in. Die film wordt nu gemaakt door Roland Emmerich (de regisseur van de kaskraker Independence Day, kk/jw). Ik heb die film toen niet gemaakt omdat het te duur zou zijn. Maar nu blijkt het project nog veel meer te kosten dan het budget dat wij hadden begroot. Zo gaat dat,’ verzucht De Bont.
Naar verluidt gaat De Bont de regie doen van de science fiction-film Martian Agent. Staan er nog meer projecten op stapel voor momenteel Nederlands succesvolste regisseur? ‘Mijn eerstvolgende film is waarschijnlijk een thriller, The Other Hour. Maar ik heb nog niet helemaal mijn mind daarover opgemaakt. Het is een project waar we heel lang aan gewerkt hebben, met een heel goed script. Het is geen geweldadige actie-film. De film is meer Hitchcockian en heel suspenseful.’

“IQ “IQ

Dit artikel verscheen eerder in IQ 04 – juli/augustus 1997