IQ

Jazzy Eastwood

Begin september gaat Absolute Power uit in de bioscopen. De 57e titel van acteur, regisseur en producent Clint Eastwood, die met zijn 67 jaar nog altijd één van de grootste jongens in Hollywood is. Dirty Harry maakte van hem een absolute wereldster, maar de critici spuugden hem massaal uit. Sinds Unforgiven, die hem twee Oscars opleverde, is Eastwood bezig met een nieuwe periode in zijn carrière. Die van geprezen en gewaardeerd filmmaker. Portret van een Amerikaanse legende.

door Jasper Westerhof en Kel Koenen

Clint Eastwood - coolthinking.nl

‘Ik zou waarschijnlijk helemaal geen acteur moeten zijn’

Veel acteurs hebben ooit een rol gespeeld waarmee ze sindsdien worden geïdentificeerd. Na namen als Sean Connery, Marlon Brando en Peter Sellers, volgen automatisch de bijbehorende personages James Bond, Don Vito Corleone en inspecteur Clouseau. Deze vereenzelviging tussen acteur en personage garandeert vrijwel zeker een belangrijke plaats in de analen van de filmhistorie. Bij het begrip ‘maffiabaas’ dringt zich al snel het gezicht van Brando op, terwijl de woorden ‘komische detective’ beelden oproepen van Sellers’ zelfvoldane kop.

De Hollywoodse filmindustrie heeft vele ruige smerissen gekend – van Popeye Doyle in The French Connection tot John McClane in Die Hard; van Axel Foley in Beverly Hills Cop  tot Martin Riggs in Lethal Weapon. Maar de ruigste en meest herkenbare van hen allemaal is en blijft Dirty Harry Callahan.

Een ieder die Dirty Harry gezien heeft, staat nu ongetwijfeld het beeld voor ogen van een grote, vastbesloten en vervaarlijke Clint Eastwood in een aftands colbertje met elleboogstukken, die langs zijn gezicht een enorme .44 Magnum omhoog houdt. De vertolking van de bureaucratiehatende en op eigen houtje opererende Harry Callahan is bij velen Eastwoods meest bekende werk. Deze rol heeft zo’n enorme impact gehad op Eastwoods carrière dat het lijkt of de vereenzelviging tussen de acteur en Callahan compleet is. Maar men mag niet de rest van zijn veel omvattende werk vergeten. Voordat Dirty Harry in 1971 uitkwam was hij al zestien jaar actief in de film-bizz en dat is de 67 jaar oude Eastwood nog steeds. Na ruim vier decennia heeft Eastwood als acteur, regisseur en producer maar liefst 57 filmproducties op zijn naam staan, inclusief de vijf Dirty Harry-films.

Clinton Eastwood jr. wordt geboren op 31 mei 1930 in het St Francis ziekenhuis in San Francisco. Hij is de kroon op het huwelijk tussen Clinton Eastwood sr. en Ruth Runner. Clint Eastwood mag dan een schoolvoorbeeld zijn van een ‘typische’ Amerikaan, toch vloeit er een zekere hoeveelheid Neêrlands bloed door zijn aderen. ‘Mijn vader is Schots-Engels en mijn moeder is Nederlands-Iers. Een rare combinatie,’ zegt Clint zelf over zijn afkomst.

De afmetingen van de baby zijn een voorbode van Eastwoods latere forsheid. Hij weegt meer dan tien pond en is de grootste baby van het ziekenhuis. Als hij twaalf is, meet hij ruim 1.80 meter. Hij zou uiteindelijk doorgroeien tot een indrukwekkende 1.90. Daarmee is Eastwood een van de weinige steracteurs die in het echte leven net zo groot is als zijn aanwezigheid op het witte doek doet vermoeden.

De familie Eastwood leidt min of meer een bohémien bestaan. Clints jeugd voltrekt zich vlak na de de grote economische depressie van 1929 en dat betekent voor de jongen een onrustige tijd. Om een onzeker en arm bestaan voor zijn gezin te ontlopen, is Clint senior genoodzaakt in Noord-Californië van hot naar her te reizen op zoek naar werk. Voor zijn zoon is het vrijwel onmogelijk om ergens te aarden. ‘Je had er altijd een hekel aan omdat je net een beetje vrienden begon te maken in de buurt en een klein beetje geaccepteerd werd, en dan plotseling, pats, moest je vertrekken,’ aldus Eastwood.

Dit alles heeft niet bepaald een positief effect op zijn schoolprestaties en studeren is ook naderhand nooit een van Eastwoods sterkste kanten gebleken. ‘Ik  moest me te pletter studeren om een redelijk cijfer te halen. Maar ik had daar niet genoeg discipline voor,’ herinnert hij zich. ‘Om met de natuurkundige Edward Teller te spreken: een genie is iemand die ook goede resultaten behaalt voor een onderwerp dat hij niet leuk vindt. Dat sluit mij al bij voorbaat uit.’ Zijn latere succes schrijft Eastwood vooral toe aan ‘dierlijk instinct’.

Als Eastwood tien jaar oud is, breekt een stabielere periode voor hem aan. Zijn vader heeft een baan gevonden bij een juwelier in San Francisco waar hij uiteindelijk acht jaar werkzaam zal zijn. Een huis dient zich aan in Piedmont, een klein stadje in de buurt van San Francisco. In Piedmont maakt Eastwood het staartje van zijn lagere school af. Hij geniet middelbaar onderwijs eerst op Piedmont Junior High School en later op Oakland Technical High School.

Al op vroege leeftijd ontstaat Eastwoods interesse voor muziek en met name voor jazz. Zijn ouders zijn beiden muzikaal en dat slaat over op hun zoon. In de schoolband bespeelt Eastwood de flügelhorn, een trompetachtig blaasinstrument. Eastwood voelt zich echter niet op zijn gemak om in het openbaar te spelen. Zijn moeder voedt hem ondertussen met allerlei jazzplaten – van Art Tatum tot Fats Waller – die Eastwood, wanneer hij de piano ontdekt, probeert na te spelen. Muziek zou in de rest van zijn leven een zeer belangrijke rol blijven spelen.

Maar Eastwood heeft meerdere interesses. Een daarvan is zijn passie voor mooie auto’s. Al het geld dat hij bij elkaar weet te sparen met zijn krantenwijk en andere baantjes gaat op aan zijn eerste auto, een Chevy uit 1932. Vanaf dat moment rijdt hij met zijn vrienden naar de drive-in en gaat, zij het met mate, met meisjes uit. Hij verliest zijn maagdelijkheid op zijn veertiende. ‘Ik had vriendelijke buren,’ is het enige wat Eastwood daarover zegt. Bovendien bezit de lange slungelige Eastwood nog niet de aantrekkingskracht die hem later vele affaires zou opleveren.

Ook het geijkte puberale kattenkwaad maakt onderdeel uit van zijn jeugd. Samen met zijn vrienden sluipt hij stiekem via de achterdeur de bioscoop in en ziet op die manier zijn favoriete films. Eastwood zou later in retrospectief terugkijken en het een soort American Graffiti (een film van regisseur George Lucas) -jeugd noemen.

Dat hij op latere leeftijd de kost zou gaan verdienen, laat staan succes hebben, in de filmindustrie, kon niemand toen hebben voorzien. Zijn eerste ervaringen met acteren zijn geen succes, hoewel het ook niet zo vreselijk is als sommige artikelen over Eastwood doen suggereren. In een poging de timide jongeman uit zijn schulp te halen, wordt hij zonder vooraankondiging geselecteerd voor de hoofdrol van een schooltoneelstuk. Hij probeert er nog onderuit te komen, maar zonder resultaat. De dag voordat de opvoering plaatsvindt, denkt Eastwood er ernstig over om zich de volgende dag ziek te melden. ‘Maar ik was te schijterig. Bovendien had ik tegen die tijd het stuk redelijk in mijn kop zitten dat ik dacht, laten we het maar proberen, zo slecht zal het niet worden,’ herinnert hij zich.

Het stuk loopt in eerste instantie helemaal in het honderd. De struikelpartijen van Eastwood en zijn medespelers worden begroet met gelach uit het publiek. Maar er wordt desondanks ook om sommige zinnen tekst gelachen en dat geeft Eastwood het gevoel dat het eigenlijk best lekker gaat. ‘Vanaf dat moment ging het het stuk tot het eind min of meer foutloos. Soms voelde ik op sommige moment die prikkeling,’ zegt Eastwood. Toch besluit hij, onwetend wat de toekomst hem brengen zal, een dikke vette punt achter het acteren te zetten.

Op zijn zestiende ziet Eastwood op een jazzfestival voor het eerst een optreden van de grote altsaxofonist Charlie Parker, ook wel bekend als Bird. Eastwood – die rond die tijd zijn muzikale schaamte heeft weten te overwinnen en voor fooien piano speelde in lokale cafés – staat perplex: ‘Het was geweldig om iemand te zien die iets deed met zo’n zelfvertrouwen. Hij was niet arrogant ofzo, hij was gewoon een vent in een krijtstreep-pak, die begon te spelen als een vrije schilder. Ik dacht, God, wat een geweldig expressief iets.’ Deze ervaring is hem altijd bijgebleven en zal het eerste zaadje zijn dat in 1988 uitgroeit tot de film Bird. Deze biopic over Parker is ongetwijfeld een van de beste jazz-films die er bestaat. Een ander project waar expliciet zijn voorliefde voor de jazz aanwezig is, is de documentaire Thelonious Monk: Straight No Chaser, waarbij Eastwood optrad als producer.

In 1951 wordt Eastwood in verband met de Koreaanse oorlog opgeroepen voor dienstplicht, terwijl hij op het punt staat zich aan te melden voor de universtiteit van Seattle. Door zijn eigen inventiviteit krijgt hij zo ongeveer het gemakkelijkste baantje dat er in het ganse leger te vinden is, dat van badmeester bij een millitair zwembad. Aan het verblijf in het leger blijken zowel positieve als negatieve aspecten te kleven. Hij leert er zijn goede en eveneens muzikale vriend Lennie Niehaus kennen, die later verantwoordelijk zou zijn voor de muziek bij veel van Eastwoods films. Bovendien ontdekt Eastwood tijdens een kort verlof het pittoreske plaatsje Carmel. Carmel zou niet alleen zijn favoriete woonplaats worden, maar zelfs voor twee jaar onder zijn hoede komen als Eastwood in 1986 burgemeester wordt van de gemeente. Werken voor ‘Uncle Sam’ heeft tevens zijn keerzijde. Ten eerste kijkt Eastwood Magere Hein op onaangename wijze in de ogen. Het vliegtuig dat hem tijdelijk met zijn familie in Seattle moet herenigen, stort voor de kust van San Francisco in zee neer. Eastwood, niet voor niets een lifeguard, redt zichzelf door een paar kilometer naar de kust te zwemmen. Ten tweede ondervindt hij de inefficiëntie van het leger, dat hem wantrouwig maakt jegens grote organisaties, later met name het regeringsapparaat.

Eastwoods aversie tegen bureaucratische rompslomp wordt weerspiegeld in veel van zijn films en tevens in zijn werkwijze als regisseur en acteur. Eigenlijk is elk personage dat Eastwood heeft gespeeld een loner die zich in enigerlei vorm verzet tegen de gevestigde orde. Dat is wellicht het duidelijkst te zien in zijn vertolkingen van Dirty Harry, en van The Man with No Name in de spaghetti-westerns van Sergio Leone. Maar op subtielere (en daardoor ook vaak op meer authentieke) wijze druisen tevens de personages van Robert Kincaid in The Bridges of Madison County, William Munny in Unforgiven en Luther Whitney in Eastwoods nieuwste film Absolute Power tegen de stroom in.

Als Eastwoods diensttijd erop zit, gaat hij naar Los Angeles City College. Niet goed wetend wat hij wil, kiest hij voor bedrijfseconomie. Maar dat blijkt toch niet de juiste keuze voor een persoon waarbij een leven lang werken op een muffig kantoor praktisch ondenkbaar is. Aangemoedigd door zijn vrienden stapt hij af en toe binnen bij het vak drama. Tegelijkertijd komt Eastwood via een studievriend die bij Universal International werkt in aanraking met de echte filmwereld. Hij wordt in die tijd gezien als een zogenoemde beefcake boy, een mooie grote krachtpatser waarvan er dertien in een dozijn gaan. Hoewel Eastwood zichzelf daartoe niet rekent, is hij onzeker over zijn acteervermogens: ‘Ik zou waarschijnlijk helemaal geen acteur moeten zijn. Ik had niet de enorme behoefte om voor een groot publiek te staan. In het ideale geval zou je gewoon in je eentje ergens in een kamer acteren.’ Vandaag de dag werkt Eastwood nog steeds het liefst met een kleine filmploeg.

Ondertussen heeft hij tijdens zijn studie Maggie Johnson leren kennen en er is sprake van wederzijdse aantrekking. Ze delen elkaars passie voor surfen en buitenlucht. Op 19 december 1953 geven ze elkaar het jawoord en brengen hun spaarzame wittebroodsdagen door in Carmel. Hun huwelijk wordt gedurende het eerste jaar behoorlijk op de proef gesteld. ‘Als ik dat jaar zou  moeten overdoen, was ik waarschijnlijk de rest van mijn leven vrijgezel gebleven. Ik wilde kunnen doen waar ik zin in had. Ik wenste geen bemoeienissen… Maggie moest mijn eigenzinnigheid leren accepteren, anders zou het huwelijk een vroegtijdig einde krijgen,’ meldt Clint hierover. Hij duidt daarmee impliciet op zijn behoefte aan buitenechtlijke avontuurtjes die uiteindelijk een belangrijke rol zouden gaan spelen bij hun scheiding.

Eastwood hangt nog steeds rond op het terrein van Universal. Hij wordt opgemerkt door een regisseur die hem een screentest laat doen. ‘Het was nogal bizar, omdat ze simpelweg de camera op je richten en zeggen: ‘Loop hier naar de camera. Oke, draaien… en draai naar rechts en vertel ons waarom je acteur wil worden’ of een dergelijk domme vraag. En dan geef je ze een werkelijk dom antwoord,’ aldus Eastwood. Dat domme antwoord levert hem een contract bij Universal op van 75 dollar per week. Het goede nieuws valt niet bij iedereen in goede aarde. Maggie vindt het niet bepaalde een slimme stap. Eastwood sr. is minder onomwonden in zijn reactie: ‘Godverdomme. Waarom? Don’t do that shit. Hou je niet bezig met dat dromerige gedoe.’

Eastwoods filmdebuut is niet bepaald baanbrekend. De film maakt deel uit van de vele goedkope 3D-tiener-horrorproducties die toentertijd populair waren. Producer William Alland cast Eastwood voor de miniscule rol van laboratorium-assistent Jennings in Revenge of the Creature (1955). Dit vervolg op Creature op the Black Lagoon gaat over een wezen, half mens, half vis, dat een klein stadje terroriseert. Het begin van Eastwoods lange carrière bestaat uit niet meer dan vijf zinnen.

Na Revenge of the Creature speelt Eastwood nog een aantal kleine onbetekende bijrollen in films als Francis in the Navy, Lady Godiva, Tarantula en Ambush at Cimarron Pass. Na zijn ontslag bij Universal (men vindt dat hij te weinig vooruitgang boekt) verdient hij geld met het graven van zwembaden. Zijn geluk verandert wanneer hij op gesprek mag komen voor de rol van Rowdy Yates in Rawhide, een westernserie over een groep veedrijvers. Eastwood komt thuis met idee dat hij zijn auditie grondig heeft verneukt. Maar de programmadirecteur die Eastwoods auditiefilm ziet, denkt daar anders over: ‘Dat is onze man. Ik hoef niemand anders meer te zien. Ik wil hem.’ Rawhide beleeft zijn Amerikaanse televisiepremière op 9 januari 1959. Eastwood is in het begin zeer gelukkig met de televisieserie. Hij heeft een vaste baan met een degelijk salaris dat hem op het laatst zo’n honderdduizend dollar per jaar oplevert. Maar na een paar seizoenen gaat er toch iets aan hem knagen. Eastwood is niet tevreden met het opgeruimde en daardoor onrealistische karakter van de serie (elke paardendrol wordt direct opgeruimd). Bovendien begint zijn eendimensionale rol te vervelen.’Ik kreeg nooit de kans Rowdy Yates te spelen als ik wilde. Ik dacht, zou het niet geweldig zijn om de held te spelen op een manier zoals de slechterik meestal word neergezet en de slechterik een paar heroïsche kwaliteiten mee te geven.’ Niettemin probeert hij er het beste van te maken. ‘Het heeft wel iets om elke week de shit die je maakt proberen te verbergen onder een laag parfum. Je hebt de mogelijkheid te experimenteren, een scène op een andere manier te proberen. Als je een fout maakt, ben je volgende week nog steeds op de tv.’

Op de set van Rawhide ontmoet hij Roxanne Tunis, een stuntvrouw en figurant. In 1963 hoort hij dat ze in verwachting is. Hun dochter Kimber is de eerste van de zeven kinderen die Eastwood bij vijf verschillende vrouwen zou verwekken. Daar gaan we: zijn ex-vrouw Maggie Johnson schonk Eastwood een zoon, Kyle, en een dochter, Alison; van Jacelyn Reeves, een voormalig stewardess, heeft hij een zoon en een dochter; van actrice Frances Fischer heeft hij een dochter, Francesca; en zijn huidige vrouw Dina Ruiz heeft hem in december van vorig jaar een dochter gegeven.

James Coburn (‘Ik had nog nooit van Sergio Leone gehoord’) en Charles Bronson (‘Het was ongeveer het slechtste script dat ik ooit gezien had’) slaan beiden de hoofdrol voor For a Fist Full of Dollars af. Vervolgens wordt Eastwood benaderd. Hij denkt in de eerste instantie dat het om een grap gaat: ‘een Europese western?’ Als Eastwood het script leest, raakt hij geïnteresseerd door het rauwe karakter van het verhaal. Hij laat de zekerheid van Rawhide achter en vertrekt in de lente van 1964 naar Rome.

De spaghettiwesterns die regisseur Sergio Leone met Eastwood maakt, wijken in vele opzichten af van de gemiddelde Amerikaanse cowboyfilm. Ze worden opgenomen in Italië en Spanje in plaats van de Amerikaanse prairie. De actie, de omgeving en de personages zijn veel grimmiger en de held is minder zuiver op de graat dan John Wayne. Hoewel For a Fist Full of Dollars niet bepaald een historisch correct beeld geeft van de werkelijkheid, is de film moreel gezien een stuk realistischer dan de western uit Hollywood. Als de film in Italië onverwachte successen boekt, besluit United Artist hem ook in de VS uit te brengen.

Vooral Eastwood maakt een onuitwisbare indruk als de mysterieuze huurmoordenaar. Zijn halfdichtgeknepen ogen zijn vanaf nu zijn handelsmerk geworden (Leone gebruikte extra felle lampen). Het etiket ‘The Man with no Name’ is het bedenksel van een slimme marketeer. Eastwoods personage heet in For a Fist Full of Dollars, For a Few Dollars More (1965) en The Good, the Bad & the Ugly (1966) respectievelijk Joe, Monco en Blondie.

Als Leone ‘de western’ een nieuw aanzien heeft gegeven, dan heeft Eastwood dat voor ‘de held’ gedaan. De beroemde eindscène waar Eastwood door een regen van kogels loopt omdat hij onder zijn poncho een metalen borstplaat schuilhoudt, wordt ruim twintig jaar later geciteerd in Back to the Future III van Robert Zemeckis. Maar het zou niet het beroemdste citaat worden.

In 1968 richt Eastwood zijn eigen productiemaatschappij met de naam Malpaso op, vernoemd naar een riviertje dat door Eastwoods land in Carmel loopt. Het betekent bovendien ‘misstap’ in het Spaans. De eerste film die onder de banier van Malpaso wordt uitgebracht is Hang ‘em High. Tijdens zijn volgende film, Coogan’s Bluff, werkt Eastwood voor het eerst samen met regisseur Don Siegel. Het is het begin van een vijftal collaboraties met als hoogtepunt Dirty Harry en als eindpunt Escape From Alcatraz (1979). Ze hebben dezelfde ideeën over filmmaken. Siegel over Eastwood: ‘Hij heeft niet teveel aanwijzingen nodig, en dat geef ik hem dan ook niet. Een goede regel met Clint is, dat áls je hem regisseert, je zeker van je zaak moet zijn. Je kan hem niet pushen. Dat is erg gevaarlijk. Voor iemand die zo cool is, kan hij zeer opvliegend zijn.’

Na hoofdrollen te hebben gespeeld in de films Where Eagles Dare, Paint Your Wagon, Kelly’s Heroes, Two Mules for Sister Sarah en The Beguiled maakt Eastwood, aangespoord door Siegel, in 1971 zijn regiedebuut met Play Misty for Me. De film wordt grotendeels opgenomen in Carmel en gaat over een discjockey die last krijgt van een stalker, toentertijd een zeer origineel thema. De studio’s staan sceptisch tegenover Eastwoods kwaliteiten als regisseur. Ze gaan overstag als hij met zijn sterkste argument komt: ‘Ik doe het voor nop’.

Eastwood is een meester in kosten- en tijdsbesparing. Zijn films blijven in de regel altijd binnen het budget en zijn ruim op tijd af. Hij verwacht discipline, zowel van cast als crew. Bovendien heeft Eastwood een hekel aan muggenzifterij over kleine details en heeft hij vaak genoeg aan niet meer dan drie takes. Zo was actrice Meryl Streep aangenam verrast toen bleek dat Eastwood kleine fouten van haar in The Bridges of Madison County had laten zitten. Hij wordt regelmatig geprezen voor de ontspannen werksfeer die hij weet te creëeren. ‘Hij zegt heel weinig tegen je,’ zegt acteur Gene Hackman, ‘en dat waardeer ik. Veel van hetgeen regisseurs tegen je zeggen, komt voort uit egocentrisme. Ze commanderen iedereen die rond de camera staat, om maar te laten weten dat zij de dienst uit maken. Je moet het lef hebben om jezelf als regisseur kwetsbaar op te stellen.’ Eastwood vindt juist dat de regisseur acteurs op hun gemak moet stellen. ‘Naast het selecteren van het juiste script en de juiste mensen is de voornaamste taak van de regisseur om die mensen zich thuis te laten voelen. Creëer een sfeer waarbij iedereen zeer relaxed is en waar geen spanning heerst.’

Eastwood beschouwt zichzelf niet als degene waarmee de film valt of staat. Een goede film is het resultaat van een gezamelijke krachtsinspanning en alle films die hij heeft geregisseerd krijgen dan ook het predikaat ‘an Malpaso film’ in plaats van de gebruikelijke aankondiging ‘an Clint Eastwood film’.

De introductie van Eastwoods personage in Dirty Harry zet direct de toon voor de rest van de film. Harry Callahan bestelt een hotdog bij een snackbar (in een bioscoop op de achtergrond draait Play Misty for Me). Aan de overkant van de straat is een bankoverval aan de gang. Callahan staat op, loopt op zijn gemak naar de plaats van misdrijf en wisselt met zijn .44 Magnum schoten uit met de bankrovers. Een van de criminelen ligt op straat en probeert zijn pistool te pakken. Dan spreekt Callahan de beroemde woorden: ‘Ah, ah, I know what you’re thinkin’ – did he fire six shots or only five? Well, to tell you the truth in all this excitement I’ve kinda lost track myself. But being this a .44 Magnum, the most powerful handgun in the world, and would blow your head clean off, you gotta ask yourself one question: Do I feel lucky?… Well do you, punk?’ De reputatie van een losgeslagen politie-agent is compleet, vooral als later blijkt dat Eastwood geen kogels meer overheeft.

Pauline Kael, een invloedrijke recensent van the New Yorker, is degene die de aanzet geeft tot een ware anti-Eastwood hetze. Aangezien Eastwoods personage het niet zo nauw neemt met de rechten van de crimineel omschrijft zij de film als ‘middeleeuws fascisme’. Kael en haar zeer vaak geciteerde kritiek zou Eastwood lange tijd blijven achtervolgen. Eastwood reageert laconiek. ‘Mensen mogen dingen noemen zoals ze het willen. De film was zijn tijd ver vooruit. Het gaat over een man die op allerlei manieren wordt tegengewerkt door de politie, door het justitieel systeem, door de politiek enzovoorts. Iedereen begreep die frustratie.’ Dennis Miller, een beroemde Amerikaanse komiek, zegt het als volgt. ‘Op een gegeven moment ging de maatschappij een verkeerde koers varen met betrekking tot de schuldvraag en besloot dat de criminelen het voordeel van de twijfel moest worden gegund. Hoe werden zij opeens het slachtoffer? Iedereen begrijpt dat dat klinklare nonsens is. Het is de reden waarom Dirty Harry van Clint zo’n ster heeft gemaakt.’

Op de vraag waarom Eastwood maar door bleef gaan met de Dirty Harry-films antwoorde hij: ‘Omdat ze me van die goede teksten blijven geven.’ Net als Arnold Schwarzeneggers one-liner ‘I’ll be back’ uit The Terminator heeft Eastwood een van de beroemdste filmcitaten aller tijden op zijn conto. De vijf woorden zijn afkomstig uit de vierde Dirty Harry-film, Sudden Impact (1983). President Reagan leende Eastwoods woorden toen het congres dreigde met een belastingsverhoging. ‘Go ahead, make my day,’ daagde Reagan uit om vervolgens het voorstel met een veto te kunnen torpederen.

Tegen het eind van de jaren ‘80 komt Eastwood terecht in een neerwaartse spriraal. Zijn films The Dead Pool, Bird, Pink Cadillac, White Hunter, Black Heart en The Rookie doen het minder goed dan Eastwood had verwacht of gehoopt. Critici beginnen zich voorzichtig af te vragen of hem hetzelfde lot is beschoren als tijdgenoten Burt Reynolds en Charles Bronson – oud en afgeschreven vergane glorie. Privé heeft Eastwood grote problemen met zijn vriendin, de actrice Sondra Locke, die hij op de auditie van zijn film Breezy (1973) had ontmoet.

In de veertien jaar dat Eastwood en Locke een relatie hebben, speelt ze in zes van zijn films. Eastwood wil dat Locke scheidt van haar man. Dat weigert ze en Eastwood houdt het voor gezien. Hij verandert de sloten op hun huis in Bel-Air en zet haar op straat terwijl ze een film aan het regisseren is. Locke slaat terug met een rechtzaak. Ze beweert dat Eastwood haar had aangezet tot het plegen van twee arbortussen en een sterilisatie. Eastwood zou tijdens de rechtzaak verklaren dat dat onzin is. ‘Ik ontken in dat alle toonaarden en ben zeer verontwaardigd jegens de beschuldiging dat deze handelingen op mijn verzoek werden verricht,’ aldus Eastwood. Ondertussen heeft hij actrice Frances Fisher ontmoet. Zij speelt in Unforgiven de rol van de hoer die een geldbedrag uitlooft voor de dood van twee cowboys die haar collega  heeft verminkt. Na de geboorte van hun dochter Francesca wil Frances meer zekerheid van Eastwood. Hij was nooit van plan om met haar in het huwelijk te treden en het paar gaat uit elkaar. Hun relatie is in tegenstelling tot die tussen Eastwood en Locke tot de dag van vandaag echter op vriendschappelijke basis. Hetzelfde geldt voor de relatie die Eastwood heeft met zijn eerste vrouw Maggie. Zij kreeg in 1984 na hun scheiding een bedrag van 25 miljoen dollar. ‘Ach,’ reageert Eastwood laconiek. ‘Ze had het verdiend.’

Unforgiven wint in 1992 vier Oscars, waarvan Eastwood er twee in ontvangst mag nemen, die voor beste film en beste regie. Het is zijn meest gewaarde film tot nu toe en niet onterecht. Eastwood rekent in deze western af met de mythe van het Wilde Westen. In Unforgiven is hoofdpersoon William Munny (gespeeld door Eastwood) een oude vermoeide man en geen gevaarlijke onschendbare superheld. Het doden van een mens wordt niet onthaald met een schouderophaal van de moordenaar maar laat emotionele littekens achter. De film is ontdaan van alle misplaatste glamour en valse romantiek die in de vrijwel alle cowboyfilms aanwezig is. Dit meesterwerk is door Eastwood opgedragen aan zijn mentoren. ‘For Sergio and Don,’ is er te lezen aan het einde van de aftiteling.

In the Line of Fire (1993) is de eerste film in vier jaar met Eastwood in de hoofdrol die niet door hemzelf is geregiseerd. Regisseur Wolfgang Petersen weet van deze film, waarin lijfwacht Eastwood de Amerikaanse president moet redden van moordenaar John Malkovich, een enorm kassucces te maken.

Minder succesvol is de film A Perfect World die Eastwood wel regisseert. Bijzonder is dat Eastwood voor het eerst in bijna dertig jaar genoegen neemt met een bijrol. Eastwood geeft Kevin Costner vanwege zijn leeftijd de hoofdrol.

Eastwood maakt voor het eerst in zijn carrière een romantisch liefdesdrama als hij de bestseller The Bridges of Madison County verfilmt. Het boek heeft een hoog boeketreeks-gehalte en iedereen verwacht een draak van een film. Eastwood weet samen met co-star Meryl Streep een zeer ingetogen en oprecht ontroerende film van te maken.The Bridges of Madison County is een geweldig succes en de critici zijn zeer lovend.

Clint Eastwood heeft een (veel) langere adem dan zijn tegenstanders verwacht hebben en trekt uiteindelijk aan het langste eind. Zijn tactiek – doen waar je zin in hebt – heeft hem geen windeieren gelegd. De Malpaso-producties van Eastwood hebben zo’n twee miljard gulden binnengehaald. De winnaar van de Irving Thalberg Award en de American Film Institute Life Achievement Award heeft zijn critici allemaal het nakijken gegeven. In maart 1996 trouwt hij op 66-jarige leeftijd na een rustige verlovingsperiode met de 36 jaar jongere Dina Ruiz. ‘Ik ben ongelofelijk gelukkig met Dina en ik heb het gevoel dat ik eindelijk de persoon gevonden heb waar ik bij wil blijven,’ aldus een gelukkige Eastwood. ‘Dit is het. Win, lose or draw.’

 

“IQ

Dit artikel verscheen eerder in IQ 05 – september 1997