effect

Cor Stutterheim: ‘In dit vak moet je nooit verder dan vijf jaar kijken’

De automatiserings- en IT-bedrijven hebben het op dit moment razend druk. Het jaar 2000 wordt voorbereid, net als de invoering van de euro. Daar komt bij dat er nog steeds een tekort is aan capabele informatica-werknemers. Eén van de bedrijven die een weg weet te vinden op de snel veranderende markt is CMG. Cor Stutterheim, voorzitter van de raad van bestuur, ziet de nabije toekomst rooskleurig in, maar: ‘In dit vak moet je nooit verder dan vijf jaar kijken.’

door Kel Koenen

‘De automatisering valt nooit meer weg te denken. Het is niet zo dat bedrijven een steeds groter budget aan de automatisering uitgeven, want dat houdt een keer op natuurlijk. Het werkt wel steeds meer door in ons dagelijks leven. Wat er bijvoorbeeld op internet gebeurt, of gaat gebeuren, heeft grote invloed op de ontwikkelingen in het zakenleven. De markt is tot 2000 geen probleem, die loopt wel door. Daarna komt de revolutie van communicatiemiddelen op ons af. Die zet door. In dit vak moet je niet verder kijken dan vijf jaar. De komende vijf jaar hebben wij en onze collega’s het ontzettend druk.

‘Nu staat de call-centertechnologie in de kinderschoenen. Mensen die de Engelse National Trust bellen voor vragen of klachten, bellen ons. Dat weten ze niet, dat hoeven ze ook niet te weten. Dan vraagt een mevrouw wat ze willen weten; druk een één of een twee. Dan wordt dat weggeschakeld naar iemand die uiteindelijk met je gaat praten. Of je praat met een machine zonder dat je het in de gaten hebt.

‘Electriciteitsmaatschappijen hebben voor ons interessante problemen. Het grootste bedrijf in Engeland moet dagelijks in zo’n zestig talen mensen te woord staan. Zet je daar zestig mensen neer in de verwachting dat er misschien iemand belt? Nee, daar komt call-centertechnologie bij kijken die de spraak en desnoods het dialect herkent, zodat het gesprek rechtstreeks doorgesluisd kan worden naar een persoon die die taal spreekt. Misschien is dat wel een invalide persoon, die dus wel degelijk nuttig werk kan doen. Die techniek komt langzaam op ons af.

Klanten
‘De markt breidt zich uit. IBM zei in de jaren vijftig dat de wereld vijf computers nodig had. En deze markt verbreedt zich zodanig en er gebeurt zoveel, dat we eerder denken dat we aan de vooravond staan van een nog bredere toepassing van de IT en dat die markt nog veel groter wordt. Er komen ontwikkelingen in de dienstverlening, in het software maken, in het verbinden van machines met computers, wat we in stijgende mate doen. Zonder dat we het in de gaten hebben, is onze maatschappij aan het veranderen. Als je de supermarkt inloopt en je koopt bananen, geef je ze niet meer aan een mevrouw die vertelt wat dat moest kosten. Dat doe je zelf op de weegschaal. Betaalautomaten, chipknippen, het hele betalingsverkeer is veranderd. En er komen nieuwe dingen op ons af, met name in de telecommunicatie.

‘We werken voor alle grote bedrijven en instellingen in Nederland. In de financiële wereld zijn dat bijna alle grote banken. In Nederland zijn dat er zestig. Bijna alle verzekeringsmaatschappijen, op één na alle ministeries. Alleen meneer Kok heeft nog geen opdracht geplaatst, maar dat komt nog wel. Verder alle grote transportbedrijven van goederen en mensen. KPN en de ABN Amro zijn grote klanten, elk goed voor vier á vijf procent van onze omzet. Het betekent niet dat we van al die bedrijven de gehele automatisering doen, want dan hadden we alle IT-ers in de wereld nodig. We doen daar stukjes van, soms in een niche.

‘Wij zijn specialist in bepaalde marktsegmenten, bijvoorbeeld in de mobiele telefoonsoftware. Er zijn er misschien een handvol van in de wereld en daar zijn wij er een van. We zijn ook expert in het verwerken en administreren van salarissen voor grote bedrijven zoals KLM en Unilever.

‘De echt grote bedrijven, die de IT in de kern van hun activiteiten hebben zitten, doen een aantal zaken intern, met eigen mensen, en ze besteden uit waar ze de technologie en inzetbaarheid van vandaag nodig hebben. Flexibiliseren van werk wordt ook steeds populairder. Daarmee is de factor arbeid de duurste factor in Nederland, één van de redenen waarom de uitzendbureau’s het zo goed doen.

Robotisering
‘Een groeiende activiteit is het verbinden van apparaatjes aan computers. Daar krijgt iedereen mee te maken. De mobiele telefoon is bijvoorbeeld verbonden met een computersysteem. Straks rijden we op de ringwegen betaald en dat vraagt om systemen. Een camera leest zometeen dat jij daar rijdt en de software zorgt dat je daar een rekening voor krijgt. Verder vindt er meer robotisering plaats; zelfbeslissende software. Voor Rijkswaterstaat hebben we de software gemaakt voor de twee grote sluisdeuren in de Waterweg. Die stormvloedkering bestaat uit twee horizontale Eifeltorens, die zelf sluiten als er een orkaan dreigt. Dat gaat helemaal zonder menselijke inbreng. Dat is een typisch voorbeeld hoe de automatisering invloed krijgt op de maatschappij. Het drooghouden van Nederland hebben we geautomatiseerd.

‘Wij doen ook steeds meer internet, intra- en extranetwerk, het verbinden van verschillende bedrijven met elkaar. Die ontwikkeling betekent dat er meer gecommuniceerd wordt en de technologie stelt de gebruikers in staat steeds concurrerender te werken. Er loopt een hele belangrijke stroming door het bedrijfsleven in de databases en datawarehousing. Het kunnen opslaan van massa’s gegevens is goedkoper geworden. We zijn er in geslaagd beelden om te zetten in digitale informatie. En heel voorzichtig, over tien jaar is dat pas klaar, zijn we bezig met spraak. De voice-response, het reageren met spraak lukt best aardig, maar spraakherkenning moet nog ontwikkeld worden. Als we daar mee kunnen omgaan, verandert alles om ons heen. Alles wat gedrukt is, wat visueel is, alles wat je hoort kunnen we al opslaan en terugvinden. Als ook nog de spraak daarbij komt, hebben we honderd procent controle over de communicatie. Dat betekent een totale omslag in informatiesystemen. Hele andere industrieën zullen ontstaan. De sleutel verdwijnt; je komt je huis binnen op spraakherkenning.

‘De veranderingen zijn zo hevig dat de bedrijven die automatisering nodig hebben in de kerntaak van hun bedrijf, continu op die kennis azen. Intern kunnen ze die niet bijbenen, dus moeten ze naar bedrijven die zich daar in specialiseren. Een slim bedrijf zal niet één leverancier gebruiken, maar een handvol. Dat zie je steeds meer. De grote gebruikers zoals banken en oliemaatschappijen, worden steeds internationaler en dat vraagt het nodige. Je ziet dat ze hun lijst van leveranciers terugbrengen. Ze komen uit grotere bedrijven, omdat de kerntaak steeds meer IT-gebonden is. De afhankelijkheid van de leveranciers is dus heel groot. Ze nemen afscheid van de kleine bedrijven die te weinig zekerheid en flexibiliteit bieden.

Nieuw personeel
‘CMG zoekt mensen die leven om te werken, geen mensen die werken om te leven. Wij recruteren uitsluitend schoolverlaters met een IT-opleiding. Of die opleiding nou uitsluitend uit IT bestaat, of je komt van een hbo-opleiding waar IT een rol gespeeld heeft, dat maakt dan niet zoveel uit. Maar we richten ons heel sterk op de universiteiten. Wij zijn heel actief in campus-recruitment. Daarnaast willen we mensen die beschikken over een aantal jaren werkervaring. Jaren geleden waren er een paar bedrijven in Nederland, waaronder CMG, die ook mensen aannamen die bijvoorbeeld rechten hadden gestudeerd. We namen musicologen en medici aan. Dit is gebeurd in de vroege jaren negentig, de recessietijd. Wij zijn daarmee gestopt. Het hart van die musicoloog lag toch meer bij Bach en Beethoven dan bij de automatisering. Als ze de kans kregen om in hun oude vak te springen, deden ze dat. Teveel, naar onze zin. Het geheim is niet de mensen aannemen, maar mensen binnenhouden. Eén van de redenen dat bedrijven zoveel moeten recruteren, is omdat men hen niet houdt. Het verloop was te hoog. Bij CMG ligt dat nu op tien procent, daarboven moet het ook niet komen wat ons betreft. Gemiddeld is dat op de markt al erg laag.

‘Er komen initiatieven in de markt waar wij met argusogen naar kijken, maar waar wij ons niet aan willen conformeren. Wij geven geen aanbrengbonussen. Er zijn bedrijven, heb ik begrepen, die mensen zelfs opties bieden terwijl ze nog niet in dienst zijn. Als ze in dienst komen, dan kunnen ze die opties benutten. Ik vind dat allemaal nogal ver gaan. Wij richten ons serieus op mensen die een carriere in de IT willen bij een bedrijf waar men, wat ons betreft, zijn leven lang blijft. Dat gebeurt natuurlijk niet, maar velen willen toch bij CMG werken. Dus we hebben een solide positie en imago opgebouwd. Als je kijkt naar de statistieken, en dat weet een sollicitant als hij goed is voorbereid, heeft CMG altijd aan de bovenkant van de markt betaald. Sinds 1969 staat CMG bekend als een bedrijf dat goed betaalt.

Openheid
‘Iemand die bij ons solliciteert, krijgt eerst te maken met een toekomstig collega. Die vormt een mening. Daarna komt de adjunct-directeur praten, iets meer toegesneden op het werk. Vervolgens praat de directeur met de sollicitant. De kandidaat is dan uren bezig geweest en hoort iets wat je nergens anders hoort: we willen u graag in dienst nemen, of niet. We zijn blijkbaar de enige die het lef hebben om het meteen af te handelen. De meeste bedrijven zeggen: u hoort nog van ons. Waarom zou je iemand niet direct aannemen, als hij voldoet aan de eisen die jij stelt? Wachten op de volgende die misschien beter is? Die kan ik ook gebruiken.

‘Op de tweede dag ontmoeten wij, de raad van bestuur, de sollicitanten. Anderhalf uur lang ga ik ze vertellen wie we zijn, wat we doen, waar we voor staan en met name hoe we te werk gaan. Dat betekent dat men betrokken raakt in het bedrijf. Dat werkt door, daar praten ze met elkaar over. In dit bedrijf is communicatie erg belangrijk, want dat is ons vak. We vragen mensen in het bedrijf ook regelmatig om hun mening over bepaalde dingen. We zijn heel open tegenover elkaar en dat maakt blijkbaar dat kleine beetje verschil.

Milleniumprobleem
‘We zijn natuurlijk ook goed voorbereid op het jaar 2000. We hebben onze eigen systemen, en neem maar van mij aan dat die 2000-bestendig zijn. Wij adviseren ook en worden door bedrijven gevraagd te onderzoeken hoe groot het probleem is en wat de kosten zijn. Converteren van data doen we veel minder. Daarvoor zijn bedrijven opgericht die tijdelijk, waarschijnlijk zeer lucratief, een aantal jaren in de markt kunnen opereren en daarna overlijden. Wij bemoeien ons hier minder mee, omdat het na 2000 afgelopen is. Er zullen nog wel naweeën komen, en het millenium-probleem wordt ook onderschat, maar niet door de grote gebruikers. Die weten drommels goed waar ze mee bezig zijn. Maar de middelgrote bedrijven waar de IT niet zo’n grote rol speelt, gaan er achteloos mee om. Ze vertrouwen eigenlijk alleen op hun leveranciers.

‘Er zijn ook gerenommeerde bedrijven die met het schaamrood op de kaken moesten toegeven dat hun produkt niet 2000-bestendig is. Vergeet niet dat het niet alleen een soft probleem is, maar ook een hard. In een lift zit een datumprogramma, die op bepaalde momenten reageert. Op één januari 2000 stap ik niet in een lift. Ook niet in een vliegtuig. Betaalautomaten hebben bedradingen die helemaal veranderd moeten worden en dat zal wel lukken, maar wie vertelt mij dat er niet eentje vergeten is? Dat is de kern van het probleem: hebben we alles gedaan? Grote bedrijven moeten tienduizenden systemen nalopen. Daar hebben wij een produkt voor ontwikkeld, CAST; Computer Aided Systems Testing, dat bewaart wat goed getest is, dus hoef je het daarna niet nog een keer te doen. Maar bedrijven met minder automatisering gaan te simpel met het probleem om. Ik zou die bedrijven adviseren om alles toch eens op een rijtje te zetten, iets wat die grote jongens al gedaan hebben.

‘De invoering van de euro én het jaar 2000 spelen een belangrijke rol. Die twee factoren zorgen voor het versneld, opnieuw maken van softwaresystemen. Daarom hebben we het allemaal zo druk. En als de euro niet doorgaat, hebben we het weer erg druk met het niet doorgaan van de euro. Wat een vak, he?