IQ

Geobsedeerd door het communisme

Frits Bolkestein (64) moet voor veel collega-politici een benijdenswaardige positie hebben. De opiniepeilingen voorspellen al lange tijd goede resultaten voor de VVD, hijzelf werd uitgeroepen tot Kamerlid van het jaar en weet nog steeds met enige regelmaat borreltafel-discussies op de politieke agenda te krijgen. Denk aan de Irakese asielzoekers in Frankrijk of de eis dat voormalige communisten rekenschap afleggen over hun vroegere politieke keuze. De politiek volgens een intellectuele politicus.

door Kel Koenen

‘Bolkestein is lek dreigement minister Zalm,’ kopt de Volkskrant donderdag 15 januari. Volgens het artikel is VVD-leider Frits Bolkestein verantwoordelijk voor het verhaal dat minister Zalm zich verzet tegen Italiaanse deelname aan de EMU-kopgroep van Europese landen. De krant wist anonieme bronnen te vinden rond minister-president Kok die meenden dat de VVD-leider stemmen hoopt te trekken door zich op te stellen als beschermer van de gulden. ‘Ik weet niet hoe ze erbij komen,’ reageert de politiek leider van de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie duidelijk geïrriteerd. ‘Ik heb nog nooit in mijn leven iets laten uitlekken. Ik ben de laatste twee weken op vakantie geweest op Bonaire en heb geen enkele journalist gesproken. Ik weet niet hoe ze erbij komen, maar ik heb niets gezegd.’ Toch heeft Bolkestein de schijn tegen. Al eerder maakte hij zich sterk voor een strikte naleving van de toetsingscriteria voor deelname aan de EMU. Niet voor niets, want de harde gulden is hierbij in het geding. ‘Ik heb wel al eerder mijn verontrusting uitgesproken over eventuele kunstgrepen die sommige landen willen uithalen om alleen in mei 1998 de criteria voor toelating te halen. Wij hebben met de gulden al eeuwenlang een stabiele en harde munt, dat moet u niet vergeten. Maar mijn kritiek betreft niet alleen Italië of Spanje, het geldt voor alle deelnemende landen, ook bijvoorbeeld Frankrijk of Duitsland. En wat Italië betreft: het land is één van de zes oprichters van de Europese Unie en ze hebben het laatste jaar heel hard gewerkt om haar boekhouding op orde te krijgen. Maar ik wil weten of die maatregelen ook een duurzaam karakter hebben. Dat vind ik van enorm belang.’

Half januari verscheen Onverwerkt verleden, het vierde boek van Frits Bolkestein. ‘Ik heb een aantal boeken geschreven met politieke essays, maar dit boek is mijn visie op het communisme en de ontwikkelingen in Oost-Europa. Ik heb een obsessie voor het communisme. Niet voor communisten, maar wel voor het communisme als politiek systeem.’ In het nawoord van Onverwerkt verleden zegt de auteur het als volgt: (…) Ik heb het communisme intens verafschuwd. Niet alleen om de gruwelijke slavenkampen, de verwoesting van de omgeving en de ruïnering van de economie- maar ook, en misschien wel vooral, om de corruptie van de menselijke verhoudingen.(…) Eind november vorig jaar liep de liberale voorman al enigszins vooruit op de verschijning van het boek door in een interview met het Parool Nederlandse oud-communisten rekenschap te vragen over hun politieke keuzes uit het verleden. Zo moest met name staatssecretaris Tommel van D66 het ontgelden, vanwege het feit dat hij ooit bestuurslid van de vriendsschapsvereniging Nederland-DDR is geweest. Bolkestein: ‘Ik heb in dat Parool-interview gezegd dat ik hem een politiek onbenul vind. En ik sta nog steeds achter die uitspraak. Het is toch precies hetzelfde om lid te zijn geweest van bijvoorbeeld een vriendschapsvereniging met Chili, terwijl dictator Pinochet daar aan de macht was. En hem over uiteenlopende zaken gelukstelegrammen te zenden.’

De stelling van Bolkestein ontlokte een aantal heftige reacties van oud-communisten, maar op de brievenpagina’s van de dagbladen viel ook bijval te lezen. Bolkestein was ook niet op zoek naar een collectief mea culpa van oud-communisten. ‘Ik heb het nooit gehad over een boetekleed dat ex-communisten zouden moeten aantrekken, maar ik vind wel dat ze rekenschap geven over hun keuzes uit het verleden. Ik wil ze ook niet allemaal over één kam scheren. Gijs Schreuder heeft een boek geschreven, waarin hij duidelijk rekenschap aflegt over het feit dat hij ooit communist was en hetzelfde geldt voor een aantal anderen. Maar in de boeken van Marcus Bakker en Ina Brouwer stond helemaal niets over de misstanden gepleegd in naam van het communisme. Er stond daarover niets in! En stel ik de vraag of de gruweldaden waarbij vijf miljoen koelakken in de Oekraïne omkwamen, minder erg is dan de holocaust.’

Het is een beeld dat langzamerhand gewoonte is geworden in de Nederlandse politiek. Bolkestein ziet, stelt vragen en de reacties komen vanzelf. Toch valt deze discussie buiten de normale disciplines. ‘Ik ben geen historicus, het is eigenlijk de taak van een universitaire vakgroep om deze vragen te stellen,’ meent Bolkestein. ‘Maar ik denk niet dat dat zal gebeuren.’ De opvatting dat zijn persoon juist als katalysator zou dienen van deze discussie deelt Bolkestein maar voor een deel. ‘Ik begrijp dat ik als politiek leider van de VVD een ander gewicht in de schaal leg dan een historicus, maar dat zou toch niet moeten.’ Toch voert hij even later verzachtende omstandigheden aan: ‘Natuurlijk heeft iedereen er recht op om – zeker op jongere leeftijd – bepaalde fouten te maken in de dingen waar hij voor kiest of de ideologieën die hij aanhangt. Zelfs heb ik misschien ook wel dingen gedaan en gedacht waar ik nu niet meer achter kan staan. Daar heb ik ook afstand van genomen, er rekenschap van gegeven en ik verwacht dat iedereen dat doet, zeker als je een maatschappelijke positie bekleedt. Ik vind het niet kunnen dat iemand die politiek actief is, zich later verschuilt achter het excuus dat hij de misstanden van een regime dat hij steunde, niet kon weten. Een politicus heeft een openbare, publieke functie. Als je daarvoor kiest, moet je ook de verantwoording nemen voor je handelen. Zoals partijgenoot Gerrit Zalm, de huidig minister van Financiën. ‘Dat heeft hij ook gedaan voor zijn overstap van de PvdA naar de VVD. Hij zegt: ‘Ik ben lid geweest van de PvdA en schaam me daar niet voor’.

Het verst in zijn repliek op Bolkestein ging Hugo Brandt Corstius in De Groene Amsterdammer. Hij betichtte Bolkestein ervan tijdens diens voorzitterschap van de Asva, over een verre van negatieve houding tegen het communisme in te nemen. Als reden voert de columnist de verschillende ‘snoepreisjes naar Polen of Praag’ van Bolkestein aan. Niet helemaal hetzelfde zoals de liberale voorman het zich herinnert. ‘Ik probeer me zo goed mogelijk in te lezen en ter plaatse op de hoogte te stellen. Zo bezocht ik inderdaad al op jonge leeftijd – in mijn studietijd – een congres in een communistisch land. Niet als steunbetuiging aan het communisme, maar ik hou van de dialoog.’ Dat gold toen al en nu nog steeds. ‘Je moet dingen aan de orde stellen, dat is je taak als volksvertegenwoordiger. De personen die destijds zich erop voorstonden en intellectueel te zijn en communistische sympathieën te hebben, hadden daarvoor misschien wel helemaal geen argumenten. Misschien dachten ze er wel helemaal niet over na en deden ze dat wel dan dachten ze zeker niet goed. En nu denken ze misschien nog altijd niet goed na over de zaken waar ze voor kiezen. Het intellectuele niveau in de politiek is – hoewel beslist hoger dan vroeger – nog altijd belabberd.’

Sinds Bolkestein de scepter overnam van Joris Voorhoeve als fractievoorzitter én politiek leider van de VVD, is hij de laatste jaren meer en meer de vaderlandse politiek gaan beheersen. Zo zeer dat vaak wordt vergeten dat hij zijn maatschappelijke carrière is begonnen bij Shell. Gevraagd naar deze multinational spreekt hij ongemerkt nog altijd over ‘wij’. Het steekt dan ook dat in een ongeautoriseerde biografie van Vrij Nederland en het televisieprogramma Reporter ongezouten melding maakten dat zijn eigenzinnig handelen als Shell-manager in Indonesië het einde markeerde van een opwaartse carrièrelijn bij de multinational. ‘Dat ik destijds bij Shell Indonesië ben weggegaan, was een heel normale carrièrestap bij een dergelijke internationale onderneming. Ik heb voor Shell in vele landen gezeten, Indonesië was er één van en na Indonesië volgden nog andere landen. Ik weet dat er gesuggereerd werd dat ik niet goed overweg kon met de hoogste regeringsfunctionarissen met wie ik namens Shell contracten moest sluiten. En ik weet ook dat het land ook toen al tamelijk corrupt was, Soeharto zat toen al een aantal jaren in het zadel. Zelf heb ik in mijn gesprekken namens Shell nooit iets van die corruptie gemerkt maar misschien was dat ook wel zo omdat ze wisten dat ze daarmee bij mij – en Shell – niet hoefden aan te komen. En als me dat moeilijk handelbaar maakte voor die hoge regeringsfunctionarissen, dan moet dat maar.’

Na het bedrijfsleven werd het de politiek. Maar de VVD was geen vanzelfsprekende optie. ‘Nadat ik de keuze had gemaakt om iets te doen in de politiek heb ik ook bij de PvdA rondgekeken. Ik heb ook op die partij gestemd, maar dat was in de tijd dat Drees nog de politiek leider was. Toen Nieuw Links binnen de Partij van de Arbeid een belangrijke rol ging spelen, was het wat mij betreft afgelopen. Nieuw Links vormde de breuk. Die beweging vond ik te modieus, te elitair én over het algemeen erg oppervlakkig.’

Zijn keus voor de liberale VVD blijkt een overtuigende. Over de profilering van de partij in de huidige politieke situatie meldt hij begin december in HP/De Tijd het volgende. ‘Tussen de jaren dertig en tachtig was het socialisme de dominante filosofie. Nu definieert iedereen zich naar het liberalisme. We are all liberals now. Er zijn in Nederland twee blijvende stromingen, links én rechts van het midden, de PvdA en de VVD. Als wij onze kaarten goed spelen, wordt de VVD onvermijdelijk de grootste partij. Misschien nog niet bij de komende verkiezingen, maar dan wel bij die erna. De bal rolt vanzelf naar ons.’ Bolkestein vindt dat ook niet vreemd: ‘Het liberalisme heeft overwegend democratie en welvaart gebracht. Dat die welvaart dan niet altijd goed en direct is verdeeld, mag je ook niet altijd gelijk verwachten.’ Het lijkt erop dat de komende Kamerverkiezingen een wedstrijdje Kok-Bolkestein, ofwel PvdA-VVD wordt. Maar in opiniepeilingen legt de VVD-voorman

het steevast af tegen minister-president Kok als het gaat om betrouwbaarheid. Toch kiest Bolkestein niet voor de persoonlijke aanval. ‘Ik heb me altijd hoffelijk uitgelaten over Wim Kok en dat meen ik ook. Hij heeft zich op overtuigende wijze weten te verheffen boven de afzonderlijke belangen van de drie coalitiepartijen,’ meldde hij NRC Handelsblad. In hetzelfde artikel noemt hij de minister-president dan ook als enige troef. ‘Als ze het van hun programma moeten hebben, dan redden ze het niet. Onze troef is wat wij wíllen. De PvdA heeft dan misschien de man, wij hebben de inhoud.’

Bijna dagelijks wordt door diverse onderzoeksbureau’s naar de mening van het electoraat gevraagd, als opmaat voor de verkiezingen. Maar Frits Bolkestein laat zich niet leiden door de waan van de dag. ‘Weet u, bij de jongste peiling stond de VVD op 26,6 procent en de Partij van de Arbeid op 26,7 procent, of iets dergelijks. De twee partijen ontlopen elkaar met maar een paar tiende procenten. En zoals iedereen weet zijn peilingen momentopnames, die fluctueren van dag tot dag. De echte finale vindt plaats op 6 mei aanstaande bij de Tweede Kamerverkiezingen. En in die uitslag heb ik altijd nog het volste vertrouwen. Zonder twijfel.’

“IQ

Dit artikel verscheen eerder in IQ 01 – februari 1998