IQ

Zo vader, zo zoon?

Michael Douglas (53) wordt in Hollywood vaak gezien als een dubbele dreiging. Als acteur en producent gaat hij al bijna dertig jaar de confrontatie aan door films te maken die vaak worden gezien als controversieel. Nooit te beroerd om de maatschappelijke discussie te voeden, is hij volledig uit de schaduw van vader Kirk gestapt. De intrigerende thriller The Game is zijn nieuwste rolprent die binnenkort in première gaat. Een exclusief interview.

door Kel Koenen

‘Dit werk gaat zoveel dieper dan alleen maar handtekeningen en zonnebrillen’

Op maat gesneden voor iedere deelnemer. Zie het als een groot vakantieavontuur, alleen gaat u er niet naar toe, het komt naar u… We hebben nooit een ontevreden klant gehad.

Deze uitdagende tekst is de lijfspreuk van Consumer Recreation Services (CRS), een organisatie die het pad kruist van de 48-jarige Nicholas van Orton (Michael Douglas). Van Orton, een steenrijke, succesvolle zakenman gaat volledig op in zijn werk en heeft zich van alles en iedereen vervreemd. Zijn volledig geordende leven ondergaat een verandering als hij van zijn broer Conrad (Sean Penn) voor zijn verjaardag een tegoedbon van CRS krijgt voor deelname aan een spel. Wanneer Van Orton begint aan het spel komt hij er al snel achter dat de inzet enorm hoog is, zonder de regels te kennen of te weten wat het uiteindelijke doel is. Hij ziet zich geconfronteerd met een samenzwering die stukje bij beetje zijn leven ontmantelt. Het spel wordt een raadselachtige leven-op-dood-strijd die zijn leven volledig veranderd.

‘Het lijkt me nogal lastig om over The Game te schrijven, zonder veel weg te geven van het plot,’ zegt Michael Douglas lachend. De 53-jarige acteur zit ontspannen te praten in de suite van het Century Plaza Hotel in Los Angeles over zijn aandeel in de film. The Game is de nieuwe film van regisseur David Fincher, die twee jaar geleden wereldwijd succes had met Seven. Toen Douglas een kopie van het script onder ogen kreeg, was hij meteen gefascineerd. ‘Het is het beste script dat ik in jaren heb gelezen,’ stelt Douglas. ‘Ik zie het als de achtbaan van de volgende eeuw. De achtbanen die wij kennen, worden ieder jaar sneller gemaakt om nog enger te zijn. The Game is een achtbaan waarvan je het spoor niet ziet lopen. Je weet niet wanneer de bochten komen, wanneer je stijgt of wanneer je naar beneden dondert. Je stapt erin zonder te weten hoe en waar het eindigt. Het is een andere dimensie, die totale paranoia tot gevolg heeft.’

The Game is een staaltje van filmmaken die breekt met de normale conventies. Na twintig minuten is de kijker het spoor inderdaad volledig bijster. Paranoia vormt het sleutelwoord van The Game en met de geloofwaardigheid van de hoofdrolspeler valt of staat het verhaal. Douglas: ‘Ik ben erkentelijk dat ik de afgelopen jaren veel verschillende rollen heb kunnen doen, waardoor ik nooit werd gecast als altijd dezelfde persoonlijkheid. Ik zie deze film als een moderne uitvoering van Charles Dickens’ Scrooge. Mijn rol gaat over een man die zijn ziel terugvindt. In de loop van zijn succesvolle carrière als beurstycoon is hij ongeveer al zijn gevoelens kwijtgeraakt. Zijn ervaring met het spel, hoe bedreigend ook, is een renaissance: een wedergeboorte.’

Toen regisseur Fincher bezig was met de voorbereidingen voor The Game was Michael Douglas één van de acteurs die hij in gedachten had. Toch wilde de 34-jarige regisseur niet zomaar op de acteur afstappen. ‘Ik was als de dood dat zijn agent over het script zou zeggen: weer een soort Wall Street om het vervolgens weg te gooien. Dus heb ik het niet gestuurd. Maar Douglas kreeg het via via en was geïnteresseerd.’ Naast de aantrekkingskracht van het script was de acteur ook benieuwd naar regisseur Fincher. ‘Ik was benieuwd of hij één van die snelle, jonge videojongens was.’ Dat bleek niet het geval te zijn. Douglas: ‘David Fincher is een echte visionair, daarvan zijn er op dit moment niet zoveel, misschien dat er drie of vier rondlopen in Hollywood. Jullie Paul Verhoeven is er ook één, absoluut. Het kenmerk van die regisseurs is dat ze de film volledig voor zich zien. Iedere scene, ieder moment en ieder frame zit in hun hoofd. Daarnaast hebben ze de techniek en talent in huis om het beeld in hun hoofd om te zetten naar het witte doek. Als je als acteur het geluk hebt om met een visionaire regisseur te werken, laat ik me gewoon leiden. Ik hoef zijn gedachten over het eindresultaat niet te interpreteren, maar laat het over me heen komen. Hij komt in interviews weliswaar verlegen over, maar is op de set een krachtdadige persoonlijkheid. Fincher gaat helemaal voor zijn films, een echte perfectionist met een totaal eigen gedachtengang. Het herinnerde me er weer aan hoe prettig het is om met talent te werken.’

Toch hebben regisseur en hoofdrolspeler regelmatig over de verhaallijn gesproken. ‘Kijk, ik wilde af en toe wat humor inbrengen,’ vertelt Douglas. ‘The Game is een thriller, maar met iets meer humor kan je het publiek nogmaals op het verkeerde been zetten. Ik hou van dat nerveuze gelach op momenten dat de eerste reactie van de kijker een schrikreactie is. Maar in sommige scenes vond Fincher het te komisch worden en moest hij me beteugelen.’

‘Weet je,’ reageert de regisseur, ‘Michael is een entertainer. Aan de ene kant is hij een professionele en integere acteur, zijn andere kant wil de mensen gewoon laten lachen. Er zijn inderdaad momenten dat ik hem moest tegengehouden, maar dat kwam omdat ik de kijker scherp wilde houden voor de mogelijkheid dat het verhaal fout kan aflopen. De humor moest functioneel zijn.’

De tragische dood van prinses Diana heeft de discussie over de methoden van de roddelpers wereldwijd doen oplaaien. Vanwege hun grote bekendheid zijn grote Hollywoodsterren ook vaak het slachtoffer van paparazzi’s. Acteur George Clooney en anderen zijn een beweging gestart, waarbij zij eisen van de roddelpers die hun foto’s gebruiken dat ze daar rechten over betalen. De opbrengsten van die foto’s moeten dan ten goede komen aan goede doelen. Michael Douglas kan zich daar volledig in vinden. ‘Zelfs als publiek figuur heb je bepaalde rechten. Maar iedereen kan tegenwoordig geld krijgen van roddelbladen voor foto’s die ze maken of verhalen die ze verzinnen. Ik voel me af en toe erg geïsoleerd door mijn status als beroemd persoon. Het is een feit dat ik nergens ter wereld naar toe kan, zonder te worden herkend. Het duurde lang voor ik me dat realiseerde, maar mensen hebben een rare reactie als ze je herkennen van de film. Alle verhalen die over mijn familie en mijzelf in de pers verschijnen, krijg ik altijd wel onder ogen. Er zit vaak wel een kern van waarheid in die verhalen, maar er wordt ook veel verzonnen. De verhalen over mij en mijn seksverslaving zijn totaal uit zijn verband gerukt. Ik ben naar een rehabilitatie-kliniek geweest, maar dat had niets met een seksverslaving te maken. Ik ben daar behandeld voor een alcoholverslaving. Maar waarschijnlijk vond men Douglas als seksverslaafde gewoon een beter verhaal.’ Een remedie voor dit soort laster ziet hij niet snel. ‘Ik kan me terugtrekken als Nicholas van Orton in The Game, maar dat is geen oplossing. Ik ben erg gelukkig om in deze business te werken, maar weet het wel in het juiste perspectief te plaatsen. Het is en blijft werk en gaat dieper dan alleen maar handtekeningen en zonnebrillen.’

Confronteer mensen met de naam Michael Douglas en negen van de tien zullen opmerken dat ‘hij de zoon is van Kirk Douglas’. Een zoon van een bekend acteur, moet zich als acteur dubbel bewijzen om dat stigma af te schudden. Toch heeft het Michael Douglas er nooit van weerhouden om ook een carrière als acteur na te jagen. Hij had alleen de simpele oplossing kunnen kiezen; zich met de contacten en relaties van zijn vader vestigen als producent van films. Aanvankelijk deed hij dat ook, maar daarnaast bleef het knagen: hij wilde eigenlijk acteren. Maar wel op eigen kracht. ‘Ik heb er bewust voor gekozen om het langzaam aan te doen,’ vertelt de acteur. ‘Een rol krijgen, enkel en alleen als zoon van Kirk, zou me zeker de das hebben om gedaan. Als ik dan zou falen, had dat me de rest van mijn leven achtervolgd. Ik ben er trots op dat ik mezelf in dit wereldje heb weten te bewijzen.’ Het lijken na dertig jaar eenvoudige woorden uit de mond van de man die aanvankelijk ‘kleine Spartacus’ werd genoemd. Toen hij naast Karl Malden in de televisieserie Streets of San Fransisco succes had in miljoenen huiskamers, sprak Hollywood denigrerend over hem als ‘die tv-acteur’. Het droeg bij aan de wrok die hij jarenlang koesterde jegens zijn vader en het benauwde filmwereldje. ‘Het was een soort algemene frustratie, een onrust die over de jaren heen steeds sterker werd. Maar ik weet niet of ik boos was op één bepaald ding,’ vertelde hij eerder dit jaar aan Rolling Stone. ‘Ik nam mijn vader veel kwalijk. De scheiding van mijn ouders, het feit dat hij nooit tijd had voor mijn broer en mij omdat hij altijd weg was.’ Deze houding veroorzaakte een jarenlange verwijdering tussen de twee. ‘Tegenover Kirk gedroeg ik me nooit als zoon, dat was mijn manier om het hem betaald te zetten.’ Pas wanneer zijn huwelijk met Diandra begin jaren negentig op de klippen loopt, begint Douglas de dingen in een breder perspectief te plaatsen. ‘De wrok maakte mij bijna kapot en bracht mijn huwelijk onherstelbaar veel schade toe. Toch komt mijn gezin op de eerste plaats. Ik mag mijn zoons niet opzadelen met dezelfde problemen die ik doormaakte toen mijn ouders scheidden. Toen mijn leven in duigen viel, realiseerde ik me dat ik nooit de confrontatie met het verleden was aangegaan.’ Die gedachte doet hem besluiten een en ander te veranderen. ‘Sindsdien kan ik mijn vader weer recht in de ogen kijken en hem waarderen voor wat hij is. Ik ben nu trots op wat hij heeft bereikt in zijn leven.’ Je vader verantwoordelijk houden voor de fouten in je eigen leven is geen oplossing, weet Douglas. ‘Omdat ik mezelf nu met wat meer afstand kan bekijken, zie ik de overeenkomsten tussen ons. Werk en vrouwen zijn de belangrijkste drijfveren in onze levens. We hebben een hechtere band dan ooit.’ Dat bleek wel tijdens het jaarlijkse Oscar-feestje in maart van dit jaar. Kirk Douglas nam daar voor zijn gehele carrière de ‘Lifetime Achievement Oscar’ in ontvangst. Dankzij een hersenbloeding is Douglas senior aan de linkerkant van zijn gezicht verlamd geraakt, niettemin ontroert hij de hele zaal met een indrukwekkende speech. ‘Ik ben nog nooit zo trots geweest op hem als die avond,’ bekent junior. ‘Alles wat hem zo bijzonder maakt, zat in dat ene moment.’ De acteur valt even stil. ‘Weet je, het lijkt me fantastisch om een film met hem te maken.’ Tegen Rolling Stone vertelde hij eerder dit jaar al meer over dit voornemen. ‘Het project heet A Song for David en handelt over een vader en zoon die hetzelfde beroep uitoefenen en door dezelfde emotionele moeilijkheden gaan als mijn vader en ik. Het wordt zeker niet makkelijk, maar ik wou eigenlijk dat we deze plannen al tien jaar geleden hadden. Wat er ook met dit project gebeurt, ik ben blij dat mijn vader en ik nu zo dicht bij elkaar staan. We hebben onze trots en koppigheid overwonnen. Veel vaders en zonen bereiken dat nooit.’ In ieder geval is de verzoening bezegelt door de vereeuwiging van vader en zoon Douglas in het hart van Hollywood. Daar, voor het Mann’s Chinese Theatre, liggen de hand- en voetafdrukken van legendarische sterren als onder meer Shirley Temple, Lana Turner, Rudolph Valentino en Humphrey Bogart. Maar een combinatie van vader en zoon ontbrak, tot anderhalve maand geleden. Michael Douglas is er blij mee. ‘Ik had er nooit eerder over nagedacht, maar toen ze ons vroegen zeiden we meteen ja. Mijn vader was enorm enthousiast en het is toch wel leuk,’ erkent de acteur. ‘In ieder geval is het een erkenning voor onze carrières van 54 jaar werken in de filmwereld. We hebben samen toch meer dan 230 films gemaakt.’

De Douglas-clan gaat de filmannalen in met een respectabel aantal, maar het leeuwendeel van dat cijfer komt op het conto van vader Kirk. Met The Game komt het aandeel van Michael op een totaal van 24 speelfilms. Als reden daarvoor noemt hij zijn dubbelrol van producent en acteur. Ook geeft hij toe kieskeurig te zijn. ‘Gelukkig verkeer ik in de omstandigheid om alleen een rol aan te nemen als de film een interessant gegeven heeft. De kwantiteit van mijn werk is niet groot, zeker niet in vergelijking met jongens als John Travolta of Nicholas Cage. Die zijn me in aantal al voorbij, terwijl ze ongeveer vijftien jaar jonger zijn.’ In Hollywood zorgen zijn twee petten nogal eens voor verwarring. Douglas: ‘Mensen die in de filmbusiness werken, hebben sterk de neiging om in een hokjescultuur te denken. Een acteur is verwend en onverantwoordelijk, terwijl een producent accuraat en precies moet zijn, menen ze. Een combinatie van de twee beroepen is voor hun praktisch onmogelijk. Onzin natuurlijk, de grootste ego’s die ik ken zijn juist de regisseurs en niet de acteurs.’

Producent en acteur Michael Douglas (1944) begint zijn carrière in Hollywood aan de hand van zijn vader. Zonder vastomlijnde plannen voor zijn eigen toekomst werkt hij als assistent-regisseur mee aan een aantal Kirk Douglas-films. Omdat hij op zijn achttiende erg weinig voelt voor acteren, schrijft hij zich in aan de universiteit van Santa Barbara voor de studie dramaturgie. Zijn debuut als acteur maakt hij op 25-jarige leeftijd in Hail, Hero! uit 1969. Net als Adam at 6 a.m. en Summertree uit respectievelijk 1970 en 1971 zijn dat films waarin de toen heersende tijdsgeest sterk tot uitdrukking komt. Idealistische jongeren worden geconfronteerd met de maatschappelijke veranderingen en onrust, kenmerkend voor het einde van de jaren zestig. Min of meer toevallig komt hij in aanraking met de televisie-serie Streets of San Fransisco, waarin hij de partner en protegé speelt van acteur Karl Malden. De serie groeit uit tot een van de succesvolste series uit de jaren zeventig en loopt door tot 1977.

Met een toneelstuk, waarvan hij de rechten van zijn vader heeft gekregen, vestigt Douglas zich in één klap als producent. Het stuk One Flew over the Cuckoo’s Nest van Ken Kesey is in 1976 de succesvolste film van het jaar. De film brengt een vermogen op en grossiert op het jaarlijkse Oscargala ook nog in de gouden beeldjes. De Oscar voor Beste Film is voor Douglas en mede-producent Saul Zaentz. Hij gaat samenwerken met productiemaatschappij IPC Films van Jane Fonda en samen brengen ze in 1979 The China Syndrome uit. Naast Fonda en Douglas is de derde hoofdrol voor Jack Lemmon. De film is een thriller over kernenergie en haakt met name in op de brede maatschappelijke discussie over dit omstreden onderwerp. De bijna-meltdown van een reactor in de Three Mile Island-kerncentrale – een paar dagen na de premiere – geeft de bezoekersaantallen van The China Syndrome een enorme duw in de rug. Het verheffen van een maatschappelijke kwestie tot onderwerp van een film blijkt net als One Flew over the Cuckoo’s Nest geen onverstandige zet. Sterker nog, het is zeker niet de laatste keer in Douglas’ carrière dat hij dergelijke onderwerpen als acteur of producent onderhanden neemt.

Zijn carrière krijgt in 1984 weer een nieuwe impuls met de release van Romancing the Stone van het jonge regietalent Robert Zemeckis. Naast de productie van de film speelt Douglas ook een hoofdrol naast Kathleen Turner en Danny de Vito. Zijn vertolking van Jack Colton – een onbetrouwbare en minder rechtschapen Indiana Jones – doet het goed in de bioscopen en Romancing the Stone wordt één van de succesvolste films van het jaar. Voor Douglas levert de productie hem de prestigieuze Producer of the Year-prijs op. Met dezelfde cast maakt hij een jaar later Jewel of the Nile, het onvermijdelijke vervolg op Romancing.

Twee jaar later vestigt hij zich definitief als superster, wanneer hij de hoofdrol vervult in de twee succesvolste films van dat jaar. In Fatal Attraction maakt zijn protagonist een slippertje met Glenn Close en valt terug in hypocrisie wanneer de minnares in kwestie op een grove wijze zijn gezin begint te terroriseren. In Wall Street van Oliver Stone uit datzelfde jaar speelt hij Gordon Gekko, een keiharde en scrupuloze beursspeculant die over lijken gaat. Deze rol levert Douglas een Oscar op, maar de film gaat verder dan dat. Zoals in zijn eerste films eind jaren zestig bevatten zowel Fatal Attraction als Wall Street weer de tijdsgeest als basiselement. Mid-jaren tachtig is de tijd van ‘Reaganomics’ en ongelimiteerde groei van de Amerikaanse economie. De belangrijkste morele thema’s in de twee films zijn dan ook wellust en hebzucht. Ondanks het succes van de twee films geeft Douglas in interviews te kennen dat zijn volgende projecten een meer sociale betekenis moeten hebben.

In 1989 geeft hij daartoe de aanzet in de pikzwarte komedie War of the Roses. Douglas is hierin wederom te zien met Kathleen Turner en Danny de Vito, maar ditmaal vormt de scheiding van een huwelijk het hoofdthema. De volgende drie jaar houdt Douglas zich voornamelijk bezig met de productie van films en heeft daarvoor de maatschappij Stonebridge Entertainment opgericht.

In 1992 speelt hij in Basic Instinct van Paul Verhoeven en kruipt nogmaals in de rol van een man die het onderspit moet delven tegenover een op macht beluste vrouw. Als rechercheur Nick Curran laat hij zich volledig inpakken door de vrouwelijke moordenaar Sharon Stone.

Zijn volgende project uit 1994 lijkt ook die kant op te gaan, wanneer het personage van Douglas het slachtoffer wordt van ongewenste intimiteiten van zijn vrouwelijke chef Demi Moore. Ditmaal laat hij zich de situatie niet welgevallen en slaat keihard terug. In de hele sfeer van politieke correctheid en de discussie over ongewenste intimiteiten is Disclosure van Barry Levinson een schot in de roos.

Toch levert de verfilming van heersende publieke opinies hem niet alleen maar ontzag op. Na zijn rol van het burgermannetje D-Fens die met geweld het slechte pad op gaat in Falling Down, wordt hij beschuldigd – naast ongeveer alle andere moderne zonden – van racisme. Van Koreaanse winkeleigenaren in Los Angeles tot de jeugdbendes klaagt iedereen over de polariserende boodschap van de film. Filmcriticus Hoberman benoemt Douglas zelfs tot beschermheilige van de grootste Amerikaanse achterstandsgroepering: de blanke, modale heteroseksuele man. Als verweer op deze cynische kritiek reageert Douglas schouderophalend. ‘Ik wil met alle liefde mijn werkterrein uitbreiden,’ vertelt hij Observer Life. ‘Maar ben jammer genoeg niet goed genoeg als vrouw.’

Toch lijkt de keuze voor zijn volgende film ingegeven door de ongezouten kritiek op voorgaande rollen. In de luchtige komedie The American President uit 1995 van regisseur Rob Reiner speelt Douglas een charmante president Shepard, die balanceert tussen de zware functie en zijn liefde voor een lobbyiste.

Datzelfde jaar richt hij met partner Steven Reuther de productiemaatschappij Douglas-Reuther Productions op en sluit een megadeal met Paramount ter waarde van vijfhonderd miljoen dollar. Het eerste project van deze maatschappij heet The Ghost and the Darkness, waarin Douglas naast Val Kilmer te zien is als stoere leeuwenjager. Ook de zomerhit Face/Off van John Woo met John Travolta en Nicolas Cage komt uit de Douglas-Reuther-stal. Daarnaast is de maatschappij op dit moment druk bezig met hun volgende project: The Rainmaker van regisseur Francis Ford Coppola naar het boek van John Grisham. Dat vergt de nodige inspanningen van Michael Douglas zelf, maar de verschillen tussen het doen van de productie en acteren zijn legio. ‘Als producent ben je zijdelings bij een project betrokken en houd je de productie met een helicopterview in de gaten.’ Toch laat Douglas het veldwerk zoveel mogelijk over aan de uitvoerende producenten van zijn productiemaatschappij. ‘Uiteraard varieert dat wel eens, maar over het algemeen ben ik als producent nauwer betrokken bij de pre-productiefase en dan met name bij het scenario. Dat is wel mijn sterkste kant. Maar bij sommige films ben ik ook af en toe aanwezig op de set en bekijk samen met de regisseur de de dagelijks opgenomen scenes en doe soms zelfs wat suggesties.’

Of hij ooit nog zal plaatsnemen op de regisseursstoel sluit hij niet uit, maar een termijn wil hij er niet aan verbinden. ‘Als producent ben ik altijd betrokken bij het creatieve proces en ook als acteur kan ik ook vaak mijn ei kwijt.’ Het maakt hem dan ook niet zoveel uit of hij als producent, acteur of in de toekomst als regisseur werkt aan een film. Eén overweging geeft hij de bioscoopganger in ieder geval mee. ‘Ook al weet het publiek niet waar onderwerp en verhaallijn naar toe gaan, ze kunnen er zeker van zijn dat het een goede film is. Dat is het mooiste compliment dat iemand mij kan maken.’

“IQ

Dit artikel verscheen eerder in IQ 07 – november 1997